Het door de vreemdeling gepleegde misdrijf wordt beschouwd als een politiek misdrijf, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
er is een direct verband tussen het door de vreemdeling gepleegde misdrijf en de door hem aangehaalde politieke doelstelling;
het door de vreemdeling gepleegde misdrijf is een effectief middel om de door hem aangehaalde politieke doelstelling te realiseren;
de vreemdeling staat niet een meer vreedzaam alternatief ter beschikking; en
het door de vreemdeling gepleegde misdrijf staat in een redelijke verhouding tot het door hem nagestreefde doel.
De volgende misdrijven kunnen een politiek karakter hebben:
mishandeling;
drugshandel;
roofovervallen;
brandstichting.
Het plegen van een politiek misdrijf vormt geen grond voor het toepasselijk achten van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
Een uitzondering hierop is als sprake is van bijzonder wrede handelingen, waarbij de handeling in kwestie niet in verhouding staat tot het beweerde politieke doel, en terroristische daden die worden gekenmerkt door geweld. Deze moeten, ook wanneer zij met een beweerd politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als ernstige niet-politieke misdrijven worden aangemerkt. Dergelijke handelingen en daden kunnen derhalve leiden tot uitsluiting van internationale bescherming.