Als de IND de asielaanvraag van de vreemdeling reeds op inhoudelijke gronden (kennelijk) ongegrond kan verklaren en de vreemdeling op redelijke gronden een gevaar vormt voor de openbare orde, kan de aanvraag ook kennelijk ongegrond worden afgedaan op grond van artikel 30b, eerste lid, Vw.

De vreemdeling vormt in ieder geval op redelijke gronden een gevaar voor de openbare orde van Nederland als:

  1. er sprake is van (minstens) één veroordeling voor een misdrijf of de vreemdeling (minstens) één misdrijf heeft gepleegd; en

  2. als er sprake is van een misdrijf die naar zijn aard leidt tot een gevaar voor de gemeenschap.

De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen aannemen dat het misdrijf naar zijn aard een ‘gevaar voor de gemeenschap’ vormt:

  1. opium-, zeden-, gewelds- en levensdelicten;

  2. brandstichting;

  3. mensenhandel;

  4. illegale handel in wapens, munitie en explosieven;

  5. illegale handel in menselijke organen en weefsels.

Deze lijst is niet limitatief.

De vreemdeling vormt ook op redelijke gronden een gevaar voor de openbare orde als er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen.

De IND betrekt de door de vreemdeling aangevoerde feiten of omstandigheden in het oordeel of hij op redelijke gronden een gevaar vormt voor de openbare orde van de lidstaat.