De IND beoordeelt het gevaar dat de vreemdeling voor de gemeenschap vormt aan de hand van de situatie zoals die zich voordoet bij het beoordelen van de aanvraag (‘ex nunc’-beoordeling).

De IND weegt bij de beoordeling van het ‘gevaar voor de gemeenschap’ dat de vreemdeling vormt in ieder geval de volgende aspecten mee:

  1. de aard van het misdrijf; en

  2. de opgelegde straf.

De IND kan in ieder geval in de volgende gevallen aannemen dat het misdrijf naar zijn aard een ‘gevaar voor de gemeenschap’ vormt:

  1. opium-, zeden-, gewelds- en levensdelicten;

  2. brandstichting;

  3. mensenhandel;

  4. illegale handel in wapens, munitie en explosieven;

  5. illegale handel in menselijke organen en weefsels.

Deze lijst is niet limitatief.

De vreemdeling vormt ook een gevaar voor de gemeenschap indien hij in het buitenland handelingen heeft verricht die de publieke rechtsorde ernstig schokten en die naar Nederlands recht als zware misdrijven worden aangemerkt.

De IND beoordeelt aan de hand van het ‘Unierechtelijk openbare orde-criterium’ of een vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap. Dit betekent dat de IND beoordeelt of het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de gemeenschap vormt.