Vreemdelingencirculaire 2000 (C) Actueel

Inhoud
C1 Asielprocedure
8 Rechtsmiddelen
8.6 Mensenrechtenverdragsorganen van de Verenigde Naties
C2 Specifieke procedures
3 Asiel- en migratiebeheerverordening (Verordening (EU) 2024/1351)
3.3 Criteria bepaling verantwoordelijkheid van het behandelen van verzoek om internationale bescherming
3.3.2 Niet-begeleide minderjarigen (artikel 25 Asiel- en migratiebeheerverordening)
3.3.3 Gezinsleden (artikel 26 tot en met 28 Asiel- en migratiebeheerverordening)
3.3.4 Diploma’s of andere kwalificaties (artikel 30 Asiel- en migratiebeheerverordening)
3.3.5 Afhankelijke personen (artikel 34 Asiel- en migratiebeheerverordening)
3.3.6 Discretionaire clausules (artikel 35 Asiel- en migratiebeheerverordening)
3.4 De procedure
3.4.1 Algemeen
3.4.3 Afzien van persoonlijk onderhoud
3.4.4 Verstrekken nadere informatie
3.6 Rechtsmiddelen
5 Volgende aanvragen
5.4 Lastminuteaanvragen
5.4.1 De procedure na uitzetting
6 Asielaanvragen van EU-onderdanen
7 Hervestiging
7.3 Aanvraag verblijfsvergunning asiel
7.4 Intrekking verblijfsvergunning asiel
7.5 Vrijwillige terugkeer land van herkomst
C3 Beoordeling van de asielaanvraag
3 Internationale bescherming
3.1 Algemeen
3.1.1 Beoordeling feiten en omstandigheden
3.1.2 Daden van vervolging
3.1.3 Actoren van vervolging en ernstige schade
3.1.4 Toepassing van artikel 5 Kwalificatieverordening (ter plaatse ontstane behoefte aan internationale bescherming)
3.1.5 Misbruik van recht
3.1.6 Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
3.2 Verlening verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid (vluchtelingenstatus)
3.2.1 Algemeen
3.2.2 De uitsluitingsgronden van het Vluchtelingenverdrag
3.2.2.1 Artikel 1D Vluchtelingenverdrag
3.2.2.2 Artikel 1E van het Vluchtelingenverdrag (artikel 12, eerste lid, aanhef en onder b, Kwalificatieverordening)
3.2.2.3 Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag (artikel 12, tweede tot en met vijfde lid, Kwalificatieverordening)
3.2.3 Groepsvervolging
3.2.4 Risicoprofielen
3.2.5 Uitgangspunten beoordeling gronden van vervolging in de zin van artikel 10 Kwalificatieverordening
3.2.5.1 Godsdienst (artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, Kwalificatieverordening)
3.2.5.2 Sociale groep (artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, Kwalificatieverordening)
3.2.5.3 Politieke overtuiging (artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, Kwalificatieverordening)
3.2.6 Discriminatie (in de zin van artikel 9 Kwalificatieverordening)
3.2.7 Vervolging wegens dienstweigering of desertie (in de zin van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder e, Kwalificatieverordening)
3.2.8 Als de UNHCR de vreemdeling heeft erkend als Verdragsvluchteling
3.2.9 Commune delicten
3.3 Verlening van de subsidiairebeschermingsstatus op grond van artikel 18 Kwalificatieverordening en verlening verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a, eerste lid, Vw
3.3.1 Ernstige schade als bedoeld in artikel 15 Kwalificatieverordening
3.3.2 Artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening
3.3.2.1 Systematische blootstelling
3.3.2.2 Medische omstandigheden
3.3.2.3 Terugkeerbeletsel
3.3.3 Artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening
3.3.3.1 Algemeen
3.3.3.2 Internationaal of binnenlands gewapend conflict en willekeurig geweld
3.3.3.3 Gradaties van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict
3.4 Actoren van bescherming en beschermingsalternatief
3.4.1 Actoren van bescherming
3.4.1.1 Bescherming door autoriteiten
3.4.1.2 Bescherming door stabiele, gevestigde niet-overheidsinstanties
3.4.1.3 Bescherming doeltreffend en niet-tijdelijk van aard (artikel 7, tweede lid, Kwalificatieverordening)
3.4.1.4 Bewijslast
3.4.2 Binnenlands beschermingsalternatief
4 Beoordelen van de asielaanvraag
4.2 Uitgangspunten beoordeling asielverzoek
4.2.1 Medewerkingsverplichting
4.2.2 Het verzamelen van informatie
4.2.2.1 Algemeen
4.2.2.2 Bewijsmaterialen
4.2.2.3 Deskundigenberichten over de situatie in het land van herkomst
4.2.3 Vaststelling van het asielmotief
4.3 Beoordeling van de geloofwaardigheid
4.3.1 Het onderzoek naar bewijsmateriaal
4.3.2 Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met bewijsmaterialen
4.3.2.1 Artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder a, Kwalificatieverordening
4.3.2.2 Artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder b, Kwalificatieverordening
4.3.2.3 Artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening
4.3.2.4 Artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder d, Kwalificatieverordening
4.3.2.5 Eindconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling
4.5 Beoordeling van de zwaarwegendheid
C4 Afdoeningsgronden
2 Niet-ontvankelijk
2.4 Een internationaal strafgerecht heeft gezorgd voor veilige herplaatsing van de vreemdeling of neemt ondubbelzinnig maatregelen in die zin (artikel 38, eerste lid, aanhef en onder d, Procedureverordening)
2.5 Aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel na ontvangst van een terugkeerbesluit (artikel 38, eerste lid, aanhef en onder e, Procedureverordening)
3 Gegrond, ongegrond en kennelijk ongegrond
3.3 Opzettelijke misleiding (artikel 42, eerste lid, onder c, Procedureverordening)
3.4 Verwijdering (uitzetting of overdracht) vertragen, verhinderen of voorkomen (artikel 42, eerste lid, onder d, Procedureverordening)
3.5 Veilig land van herkomst (artikel 42, eerste lid, onder e, Procedureverordening)
3.6 Openbare orde of nationale veiligheid (artikel 42, eerste lid, onder f, Procedureverordening)
3.6.1 Algemeen
3.6.2 Algemene uitgangspunten
3.6.2.1 Individuele beoordeling
3.6.2.2 Verjaringstermijnen
3.6.2.3 In het buitenland gepleegde strafbare feiten
3.6.2.4 Jeugdstrafrecht en minderjarige vreemdelingen
3.6.3 Openbare orde en artikel 29, eerste lid, Vw (vluchtelingenstatus)
3.6.3.1 Bijzonder ernstig misdrijf
3.6.3.2 Gevaar voor de gemeenschap
3.6.3.3 Evenredigheidstoets
3.6.3.4 Ambtshalve toets
3.6.3.5 Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
3.6.4 Openbare orde en artikel 29a, eerste lid, Vw (subsidiairebeschermingsstatus)
3.6.4.1 Ernstig misdrijf
3.6.4.2 Gevaar voor de gemeenschap
3.6.4.3 Evenredigheidstoets
3.6.4.4 Ambtshalve toets
3.6.4.5 Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
3.6.5 Openbare orde en artikel 29b, eerste lid, Vw (meereizende gezinsleden)
3.6.5.1 Evenredigheidstoets
3.6.5.2 Ambtshalve toets
3.6.5.3 Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
3.6.6 Openbare orde en artikel 29c of 29d Vw (nareizende gezinsleden)
3.6.6.1 Evenredigheidstoets
3.6.6.2 Ambtshalve toets
3.6.6.3 Besluit tot signalering of terugkeerbesluit en inreisverbod
3.6.7 Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van openbare orde
3.6.8 Afwijzing van een asielaanvraag, dan wel meereis of nareis op grond van nationale veiligheid
3.6.9 Afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag (artikel 12 en artikel 17 Kwalificatieverordening)
3.6.9.1 Artikel 1F, aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag
3.6.9.2 Artikel 1F, aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
3.6.9.2.1 Politieke misdrijven
3.6.9.2.2 Niet-politieke misdrijven
3.6.9.2.3 Beoordeling ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
3.6.9.2.4 Absolute politieke misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, Vluchtelingenverdrag
3.6.9.2.5 Factoren voor het wel of niet toepassen van de uitsluitingsgrond
3.6.9.3 Artikel 1F aanhef en onder c, Vluchtelingenverdrag
3.6.9.4 Bewijslast en verantwoordelijkheid
3.6.9.4.1 ‘Knowing participation’
3.6.9.4.2 ‘Personal participation’
3.6.9.5 Persoonlijke vrijwaren van verantwoordelijkheid
3.6.9.6 Duurzaamheid en proportionaliteit
3.6.9.7 Gezinsleden en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
3.6.10 Onder dwang uitgezet wegens openbare veiligheid of openbare orde
3.7 Volgende aanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard (artikel 42, eerste lid, aanhef en onder g, Procedureverordening)
3.8 Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld – onrechtmatig binnengekomen (artikel 42, eerste lid, aanhef en onder h, Procedureverordening)
3.9 Zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk gemeld – rechtmatig binnengekomen (artikel 42, eerste lid, aanhef en onder i, Procedureverordening)
3.10 Nationaliteit waarvan inwilligingspercentage lager is dan 20%
4 Expliciete en impliciete intrekkingen
4.3 Impliciete intrekking
4.4 Intrekking en grensprocedure of vreemdelingenbewaring
C5 Gezinshereniging
1 Artikel 29c, Vw of artikel 29d, Vw, afgeleide verblijfsvergunning, asiel nareizende gezinsleden
1.1 Algemeen
1.1.1 Wettelijk kader
1.1.2 Bewijsmaterialen
1.1.3 Nader onderzoek
1.1.4 De referent is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling
1.1.5 Ambtshalve toets artikel 8 EVRM
1.2 Aanvullende voorwaarden bij artikel 29d Vw
2 Artikel 29b, Vw, afgeleide verblijfsvergunning asiel, meereizende gezinsleden
2.1 Algemeen
2.1.1 Wettelijk kader
2.1.2 Bewijsmaterialen
2.1.3 Nader onderzoek
2.3 Feitelijke gezinsband
2.3.3 De meerderjarige kinderen
2.3.4 De ouder(s) of andere verantwoordelijke van een minderjarige
C6 Intrekkingen en verlengingen
1 De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel
1.1 Grondslag
1.3 Meewerkverplichting
1.4 Schriftelijke kennisgeving in de intrekkingsprocedure
1.5 Zienswijze
1.6 Uitstel voor het indienen van de zienswijze
1.7 Het intrekkingsgehoor
1.8 Reactietermijn intrekkingsgehoor
1.9 Afsluiting verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 66, zesde lid, Procedureverordening en artikel 32, zesde lid, Vw
2 Overgangsrecht
2.3 Overige (oude) vergunningen op grond van internationale bescherming
3 De procedure bij verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfstitel van vreemdelingen aan wie een verblijfsvergunning asiel is verleend
3.1 Indiening aanvraag om verlenging van de verblijfstitel
3.2 Duur verlenging verblijfstitel
4 Algemeen
4.1 Intrekkingsgronden volgend uit de Kwalificatieverordening (artikel 14 en 19 Kwalificatieverordening)
4.2 Meerdere intrekkingsgronden
5 Intrekken vluchtelingstatus
5.3 Onjuiste gegevens (artikel 14, eerste lid, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening)
5.4 Gevaar voor de nationale veiligheid (artikel 14, eerste lid, aanhef en onder d, Kwalificatieverordening)
5.5 Gevaar voor de openbare orde (artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, Kwalificatieverordening)
6 Intrekken subsidiairebeschermingsstatus
6.3 Onjuiste gegevens (artikel 19, eerste lid, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening)
7 Intrekken afgeleide asielvergunning van mee- of nareizende gezinsleden
7.1 Intrekking verblijfsvergunning asiel meereizend gezinslid (art. 29b Vw)
7.2 Intrekking verblijfsvergunning asiel nareizend gezinslid (art. 29c en 29d Vw)
8 Overige onderdelen van de toets
8.1 De ex nunc beoordeling
8.2 Ambtshalve toets
8.3 Beoordeling actuele vrees bij terugkeer (terugkeerbeletsel)
8.4 Het nemen van een terugkeerbesluit
8.5 Het opleggen van een maatregel
C7 Moratoria
3 Vertrekmoratorium
C8 Tijdelijke bescherming
2 Tijdelijke bescherming
C9 Landgebonden beleid
1 Landgebonden asielbeleid algemeen
1.2 Veilige landen van herkomst
2 Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan
2.1 Besluitmoratorium
2.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
2.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
2.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
2.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
2.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
2.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
2.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
2.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
2.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
2.5 Bescherming
2.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
2.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
2.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
2.7 Vertrekmoratorium
5 Het asielbeleid ten aanzien van Azerbeidzjan
5.1 Besluitmoratorium
5.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
5.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
5.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
5.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
5.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
5.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
5.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
5.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
5.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
5.5 Bescherming
5.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
5.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
5.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
5.7 Vertrekmoratorium
6 Het asielbeleid ten aanzien van Belarus
6.1 Besluitmoratorium
6.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
6.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
6.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
6.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
6.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
6.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
6.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
6.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
6.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
6.5 Bescherming
6.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
6.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
6.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
6.7 Vertrekmoratorium
9 Het asielbeleid ten aanzien van China
9.1 Besluitmoratorium
9.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
9.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
9.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
9.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
9.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
9.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
9.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
9.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
9.4.1.3 Vreemdelingen die illegaal China zijn uitgereisd
9.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
9.5 Bescherming
9.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
9.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
9.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
9.7 Vertrekmoratorium
9.8 Bijzonderheden
10 Het asielbeleid ten aanzien van Colombia
10.1 Besluitmoratorium
10.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
10.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
10.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
10.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
10.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
10.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
10.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
10.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
10.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
10.5 Bescherming
10.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
10.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
10.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
10.7 Vertrekmoratorium
11 Het asielbeleid ten aanzien van Congo DRC (Democratische Republiek Congo)
11.1 Besluitmoratorium
11.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
11.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
11.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
11.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
11.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
11.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
11.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
11.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
11.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
11.5 Bescherming
11.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
11.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
11.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
11.7 Vertrekmoratorium
12 Het asielbeleid ten aanzien van Egypte
12.1 Besluitmoratorium
12.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
12.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
12.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
12.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
12.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
12.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
12.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
12.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
12.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
12.5 Bescherming
12.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
12.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
12.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
12.7 Vertrekmoratorium
13 Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea
13.1 Besluitmoratorium
13.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
13.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
13.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
13.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
13.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
13.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
13.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
13.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
13.4.1.3 Illegale uitreis
13.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
13.5 Bescherming
13.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
13.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
13.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
13.7 Vertrekmoratorium
13.8 Bijzonderheden
14 Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
14.1 Besluitmoratorium
14.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
14.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
14.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
14.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
14.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
14.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
14.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
14.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
14.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
14.5 Bescherming
14.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
14.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
14.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
14.7 Vertrekmoratorium
15 Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
15.1 Besluitmoratorium
15.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
15.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
15.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
15.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
15.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
15.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
15.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
15.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
15.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
15.5 Bescherming
15.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
15.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
15.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
15.7 Vertrekmoratorium
16 Het asielbeleid ten aanzien van Irak
16.1 Besluitmoratorium
16.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
16.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
16.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
16.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
16.3.2.1 Toelichting alleenstaande vrouwen
16.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
16.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
16.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
16.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
16.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
16.5 Bescherming
16.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
16.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
16.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
16.7 Vertrekmoratorium
16.8 Bijzonderheden
17 Het asielbeleid ten aanzien van Iran
17.1 Besluitmoratorium
17.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
17.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
17.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
17.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
17.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
17.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
17.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
17.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
17.5 Bescherming
17.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
17.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
17.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
17.7 Vertrekmoratorium
18 Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
18.1 Besluitmoratorium
18.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
18.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
18.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
18.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
18.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
18.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
18.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
18.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
18.5 Bescherming
18.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
18.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
18.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
18.7 Vertrekmoratorium
19 Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
19.1 Besluitmoratorium
19.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
19.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
19.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
19.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
19.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
19.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
19.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
19.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
19.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
19.5 Bescherming
19.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
19.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
19.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
19.7 Vertrekmoratorium
20 Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
20.1 Besluitmoratorium
20.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
20.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
20.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
20.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
20.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
20.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
20.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
20.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
20.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
20.5 Bescherming
20.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
20.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
20.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
20.7 Vertrekmoratorium
21 Het asielbeleid ten aanzien van Libanon
21.1 Besluitmoratorium
21.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
21.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
21.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
21.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
21.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
21.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
21.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
21.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
21.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
21.5 Bescherming
21.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
21.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
21.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
21.7 Vertrekmoratorium
21.8 Bijzonderheden
22 Het asielbeleid ten aanzien van Libië
22.1 Besluitmoratorium
22.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
22.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
22.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
22.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
22.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
22.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
22.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
22.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
22.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
22.5 Bescherming
22.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
22.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
22.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
22.7 Vertrekmoratorium
23 Het asielbeleid ten aanzien van Mali
23.1 Besluitmoratorium
23.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
23.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
23.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
23.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
23.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
23.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
23.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
23.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
23.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
23.5 Bescherming
23.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
23.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
23.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
23.7 Vertrekmoratorium
24 Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
24.1 Besluitmoratorium
24.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
24.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
24.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
24.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
24.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
24.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
24.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
24.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
24.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
24.5 Bescherming
24.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
24.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
24.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
24.7 Vertrekmoratorium
25 Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
25.1 Besluitmoratorium
25.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
25.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
25.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
25.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
25.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
25.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
25.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
25.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
25.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
25.5 Bescherming
25.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
25.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
25.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
25.7 Vertrekmoratorium
26 Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
26.1 Besluitmoratorium
26.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
26.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
26.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
26.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
26.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
26.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
26.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
26.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
26.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
26.5 Bescherming
26.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
26.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
26.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
26.7 Vertrekmoratorium
27 Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
27.1 Besluitmoratorium
27.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
27.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
27.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
27.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
27.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
27.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
27.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
27.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
27.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
27.5 Bescherming
27.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
27.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
27.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
27.7 Vertrekmoratorium
28 Het asielbeleid ten aanzien van de Palestijnse gebieden
28.1 Besluitmoratorium
28.2 De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
28.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
28.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
28.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
28.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
28.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
28.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
28.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
28.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
28.5 Bescherming
28.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
28.5.2 (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
28.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
28.7 Vertrekmoratorium
29 Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
29.1 Besluitmoratorium
29.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
29.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
29.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
29.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
29.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
29.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
29.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
29.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
29.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
29.5 Bescherming
29.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
29.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
29.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
29.7 Vertrekmoratorium
30 Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
30.1 Besluitmoratorium
30.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
30.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
30.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
30.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
30.3.2.1 Toelichting personen die werken bij, of door Al-Shabaab geassocieerd worden met, de overheid, ATMIS/AUSSOM of andere internationale actoren
30.3.2.2 Toelichting alleenstaande vrouwen
30.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
30.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
30.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
30.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
30.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
30.5 Bescherming
30.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
30.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
30.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
30.7 Vertrekmoratorium
32 Het asielbeleid ten aanzien van Sudan
32.1 Besluitmoratorium
32.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
32.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
32.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
32.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
32.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
32.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
32.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
32.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
32.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
32.5 Bescherming
32.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
32.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
32.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
32.7 Vertrekmoratorium
33 Het asielbeleid ten aanzien van Syrië
33.1 Besluitmoratorium
33.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
33.3 De (staatloze) Palestijn uit Syrië die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
33.4 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
33.4.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
33.4.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
33.5 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
33.5.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
33.5.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
33.5.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
33.5.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
33.6 Bescherming
33.6.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
33.6.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
33.7 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
33.8 Vertrekmoratorium
34 Het asielbeleid ten aanzien van Turkije
34.1 Besluitmoratorium
34.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
34.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
34.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
34.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
34.3.3 Vervolging vanwege dienstweigering of desertie
34.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
34.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
34.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
34.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
34.5 Bescherming
34.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
34.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
34.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
34.7 Vertrekmoratorium
35 Het asielbeleid ten aanzien van Uganda
35.1 Besluitmoratorium
35.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
35.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
35.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
35.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
35.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
35.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
35.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
35.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
35.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
35.5 Bescherming
35.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
35.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
35.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
35.7 Vertrekmoratorium
36 Het asielbeleid ten aanzien van Venezuela
36.1 Besluitmoratorium
36.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
36.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
36.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
36.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
36.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
36.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
36.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
36.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
36.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
36.5 Bescherming
36.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
36.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
36.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
36.7 Vertrekmoratorium
37 Het asielbeleid ten aanzien van Gambia
37.1 Besluitmoratorium
37.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
37.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
37.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
37.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
37.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
37.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
37.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
37.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
37.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
37.5 Bescherming
37.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
37.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
37.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
37.7 Vertrekmoratorium

4

Beoordelen van de asielaanvraag

Artikel 4.2.1

Medewerkingsverplichting

De vreemdeling moet zijn asielrelaas aannemelijk maken. De stelplicht en bewijslast liggen bij de vreemdeling. Dat betekent dat van de vreemdeling wordt verwacht dat hij alle relevante elementen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, Kwalificatieverordening, die onder andere betrekking hebben op de identiteit, nationaliteit, herkomst en de asielmotieven zo snel mogelijk naar voren brengt, te weten:

  1. alle relevante documentatie die in het bezit is van de vreemdeling; en

  2. de eigen verklaringen (van de vreemdeling), zoals afgelegd tijdens gehoren en/of schriftelijk ingebracht.

De vreemdeling heeft op grond van artikel 4, eerste lid, Kwalificatieverordening de verplichting volledige medewerking te verlenen aan de IND en andere bevoegde autoriteiten. Het is daarbij aan de vreemdeling om, voor zover redelijk, alle relevante feiten en omstandigheden en de daarmee samenhangende bewijsstukken zo snel mogelijk naar voren te brengen.

De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld zijn relaas met zijn verklaringen aannemelijk te maken. De IND moet vervolgens de door de vreemdeling verstrekte verzamelde feiten en omstandigheden beoordelen. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid houdt de IND rekening met de individuele situatie en omstandigheden van de verzoeker, zoals bijvoorbeeld achtergrond en geslacht van de vreemdeling (het referentiekader).

Artikel 4.2.2.1

Algemeen

Om het asielverzoek te beoordelen, moet eerst alle relevante informatie verzameld worden. Dit houdt in dat de relevante elementen worden geïdentificeerd en het asielmotief wordt vastgesteld.

Relevante elementen bestaan volgens artikel 4, tweede lid, Kwalificatieverordening uit:

  1. de verklaringen van de verzoeker; en

  2. alle documentatie over zijn:

    1. reden(en) voor het asielverzoek;

    2. leeftijd;

    3. achtergrond (ook die van relevante en andere familieleden);

    4. identiteit;

    5. nationaliteit(en);

    6. land(en) en plaats(en) van eerder verblijf;

    7. eerdere asielverzoeken;

    8. resultaten van een op de verzoeker betrekking hebbende eventuele hervestigingsprocedure of procedure voor toelating op humanitaire gronden zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2024/1350;

    9. reisroutes; en

    10. reisdocumenten.

Daarnaast betrekt de IND op grond van artikel 34, tweede lid, Procedureverordening daar waar nodig relevante, nauwkeurige en actuele informatie over de situatie in het land van herkomst en eerste landen van asiel of veilig derde landen, de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, de vraag of de vreemdeling na zijn vertrek uit het land van herkomst activiteiten heeft verricht uitsluitend of hoofdzakelijk om een verzoek om internationale bescherming in te dienen en de gevolgen daarvan bij terugkeer, de vraag of in redelijkheid kan worden verlangd dat de vreemdeling de bescherming van een ander land inroept waar hij zich op staatsburgerschap zou kunnen beroepen en wie de actoren van vervolging zijn en of een binnenlands beschermingsalternatief van toepassing is. Tenslotte betrekt de IND informatie met betrekking tot de openbare orde en nationale veiligheid bij de beoordeling. Zie paragraaf C4/3.6 Vc

Artikel 4.2.2.2

Bewijsmaterialen

Bij de beoordeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel betrekt de IND alle documenten die zien op de volgende onderdelen:

  1. identiteit;

  2. nationaliteit;

  3. herkomst;

  4. reisroute; en

  5. asielmotief van de vreemdeling.

De IND acht al deze bewijsmaterialen in beginsel relevant voor het beoordelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel.

Identiteit

Een document met betrekking tot de identiteit van de vreemdeling moet in ieder geval de volgende elementen bevatten:

  1. een goedgelijkende pasfoto;

  2. de geboorteplaats van de vreemdeling; en

  3. de geboortedatum van de vreemdeling.

Een identiteitsdocument kan alleen de identiteit onderbouwen als het authentiek is en op officiële wijze is afgegeven door de bevoegde autoriteiten en in het land van herkomst wordt erkend als identiteitsdocument. Daarnaast is van belang dat het een officieel identiteitsdocument betreft dat in het maatschappelijke verkeer en de contacten met (buitenlandse) autoriteiten wordt gebruikt om de identiteit aan te tonen.

Is er geen sprake van een authentiek identiteitsdocument, dan weegt de IND de verklaringen van de vreemdeling, andere overgelegde documenten en of de verklaringen van de vreemdeling passen in al datgene wat bij de IND bekend is over de situatie in het land van herkomst, mee.

Nationaliteit

Als documenten met betrekking tot de nationaliteit van de vreemdeling gelden in ieder geval:

  1. een paspoort; of

  2. een ander door de overheid van het land van herkomst van de vreemdeling uitgegeven document met pasfoto (waarop de vreemdeling herkenbaar is) waarin staat aangegeven dat de vreemdeling de nationaliteit van het betreffende land bezit.

Daarnaast is van belang dat het een officieel nationaliteitsdocument betreft dat in het maatschappelijke verkeer en de contacten met (buitenlandse) autoriteiten wordt gebruikt om de nationaliteit aan te tonen.

Reisroute

Als documenten die de reisroute onderbouwen gelden in ieder geval:

  1. documenten waarvan de vreemdeling zich bediend heeft bij grenscontroles tijdens de reis naar Nederland; en

  2. alle andere bewijsmiddelen op grond waarvan kan worden vastgesteld welke reisroute de vreemdeling heeft gevolgd.

Dit zijn alle bewijsmaterialen die gelden als bewijsmiddelen of indirecte bewijzen in de zin van de Asiel- en Migratiebeheerverordening en Verordening (EG) nr.1560/2003/EG.

Asielmotief

Onder bewijsmaterialen met betrekking tot het asielmotief verstaat de IND bewijsmaterialen die de verklaringen van de vreemdeling onderbouwen.

Artikel 4.2.2.3

Deskundigenberichten over de situatie in het land van herkomst

Een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken is voor de IND een deskundigenbericht en dus een gewichtige bron van informatie over de situatie in het land van herkomst. De IND kan ook informatie uit andere objectieve bronnen gebruiken voor een oordeel over de situatie in het land van herkomst.

De IND merkt informatie uit andere bronnen en onderzoek door derden aan als deskundigenbericht als op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke manier informatie wordt verschaft, onder aanduiding – voor zover mogelijk en verantwoord – van de bronnen, waaraan deze informatie is ontleend.

Het gewicht dat aan de bron of het onderzoek door derden moet worden gegeven, wordt tevens bepaald door het gezag en reputatie van de opsteller van het rapport, de consistentie van de conclusies en evt. bevestigingen door andere bronnen. Ook komt betekenis toe aan de aanwezigheid van de opsteller van het rapport in het betreffende land van herkomst en de mogelijkheden die de opsteller heeft om aldaar onderzoek te doen.

De IND gaat uit van de juistheid van een deskundigenbericht, tenzij de IND concrete aanknopingspunten heeft voor twijfel aan de juistheid, de volledigheid of de actualiteit van het deskundigenbericht.

De IND stelt nader onderzoek in of laat nader onderzoek instellen om de concrete aanknopingspunten voor de twijfel aan de juistheid, de volledigheid of de actualiteit van een deskundigenbericht te bevestigen of te ontkrachten.

Als de concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid, de volledigheid of de actualiteit van een deskundigenbericht door nader onderzoek bevestigd zijn, betrekt de IND deze informatie bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling.

De IND beschouwt in ieder geval niet als concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid, de volledigheid of de actualiteit van een deskundigenbericht:

  1. een ongemotiveerde of niet nader toegelichte verklaring van de vreemdeling; of

  2. een enkel beroep door de vreemdeling op een bron waarnaar in het deskundigenonderzoek niet wordt verwezen, terwijl die bron niet van zodanige strekking en gewicht is dat deze twijfel oproept over de juistheid, de volledigheid of de actualiteit van het deskundigenbericht.

Artikel 4.2.3

Vaststelling van het asielmotief

Een asielmotief is een onderwerp of verhaallijn in het asielrelaas van een vreemdeling dat verband houdt met of relevant is bij de beoordeling of iemand te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade. Hieronder vallen de feiten en omstandigheden die voor de vreemdeling reden vormen voor het aanvragen van bescherming. De IND beoordeelt enkel de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de gestelde vervolging door autoriteiten of derden, of de feiten en omstandigheden in het verhaal die kunnen wijzen op ernstige schade. De IND betrekt daarom alleen de verklaringen en bewijsmaterialen die hiermee verband houden (zowel in het voordeel als in het nadeel).

Feiten en omstandigheden kunnen zien op gebeurtenissen en op gedragingen. De aangevoerde feiten en omstandigheden kunnen zich in het land van herkomst al voor het vertrek hebben voorgedaan, maar ook na het vertrek van de vreemdeling uit het land van herkomst. Onder gestelde gebeurtenissen worden ook de ‘veronderstellingen’ van de vreemdeling verstaan. Onder ‘veronderstellingen’ verstaat de IND aannames van de vreemdeling die deel uitmaken van de door hem gestelde gebeurtenissen in het verleden.

Een asielaanvraag kan gebaseerd zijn op meerdere asielmotieven die los van elkaar staan. Het is echter ook mogelijk dat deze asielmotieven tot op zekere hoogte op elkaar doorwerken of met elkaar samenhangen.

De IND houdt bij het vaststellen van het asielmotief zoveel mogelijk vast aan de door de vreemdeling gestelde persoonlijke gegevens en de door de vreemdeling gestelde gebeurtenissen. Als de vreemdeling een motief tijdens het gehoor niet naar voren heeft gebracht en pas later in de procedure aanvoert, dan moet hij goede redenen aandragen, waarom hij dit niet eerder naar voren heeft gebracht. Als de redenen die hij aandraagt niet verschoonbaar zijn, dan wordt dit asielmotief in beginsel ongeloofwaardig geacht.

Artikel 4.3.1

Het onderzoek naar bewijsmateriaal

De IND onderzoekt eerst of de vreemdeling het asielmotief voldoende heeft onderbouwd met bewijsmateriaal. Het gaat hierbij vooral om objectieve documenten/bewijsmiddelen, die authentiek zijn en waarvan de echtheid kan worden vastgesteld en die bevestigen wat de vreemdeling heeft verklaard. Ook kan het gaan om objectieve, openbare bronnen die de verklaringen van de vreemdeling bevestigen, voor zover de vreemdeling daarin persoonlijk wordt genoemd.

Als blijkt dat de objectieve bewijsmaterialen kunnen worden geaccepteerd als volledige onderbouwing van het asielmotief en er geen sprake is van contra-indicaties, dan heeft de vreemdeling het asielmotief aannemelijk gemaakt en kan het asielmotief waarop deze bewijsmaterialen zien geloofwaardig worden geacht.

Als de vreemdeling een asielmotief niet of onvoldoende heeft onderbouwd met bewijsmateriaal, dan past de IND de geloofwaardigheidstoets als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, Kwalificatieverordening toe. Op deze manier houdt de IND rekening met de omstandigheid dat van een vreemdeling niet altijd verwacht kan worden dat hij zijn asielmotief volledig met bewijsmateriaal staaft.

Artikel 4.3.2

Geen of onvoldoende onderbouwing asielmotief met bewijsmaterialen

Als de vreemdeling een of meer specifieke aspecten van zijn asielmotief niet of onvoldoende heeft onderbouwd met documenten of ander bewijsmateriaal, dan kan de IND de feiten en omstandigheden die aan het asielmotief ten grondslag zijn gelegd (alsnog) als geloofwaardig aanmerken zonder aanvullend bewijsmateriaal met betrekking tot deze specifieke aspecten te verlangen, als de vreemdeling voldoet aan de volgende vier – cumulatief geformuleerde – voorwaarden van artikel 4, vijfde lid, Kwalificatieverordening:

  1. de vreemdeling heeft een oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven (artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder a, Kwalificatieverordening);

  2. alle relevante elementen waarover de vreemdeling beschikt, zijn overgelegd, en er is een bevredigende verklaring gegeven omtrent het ontbreken van andere relevante elementen (artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder b, Kwalificatieverordening);

  3. de verklaringen van de vreemdeling zijn samenhangend en aannemelijk bevonden en zijn niet in strijd met beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor zijn aanvraag (artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening); en

  4. vast is komen te staan dat de vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd, onder andere rekening houdend met het moment waarop de vreemdeling om internationale bescherming heeft verzocht (artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder d, Kwalificatieverordening).

Als de IND de vreemdeling heeft verzocht om aanvullend bewijsmateriaal te overleggen waarover de vreemdeling beschikt of waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat hij het kan verkrijgen en de vreemdeling heeft zonder verschoonbare redenen niet aan dit verzoek voldaan, dan kan de IND de aldus niet onderbouwde verklaringen als ongeloofwaardig beschouwen.

Artikel 4.3.2.1

Artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder a, Kwalificatieverordening

Bij het leveren van oprechte inspanning om zijn aanvraag te staven is onder andere van belang dat de vreemdeling zo volledig mogelijk heeft verklaard, de gestelde vragen naar beste kunnen heeft beantwoord en anderszins zo goed mogelijk heeft meegewerkt aan het vaststellen van de relevante feiten en/of omstandigheden, die ten grondslag liggen aan zijn asielmotief.

Artikel 4.3.2.2

Artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder b, Kwalificatieverordening

Met het overleggen van alle relevante elementen worden alle documenten en bewijsmaterialen ter staving van de verschillende relevante feiten en/of omstandigheden bedoeld. Wanneer bepaalde van deze bewijsmaterialen ontbreken, dan wordt de vreemdeling in de gelegenheid gebracht te verklaren waarom hij deze bewijsmaterialen niet heeft. De IND beoordeelt vervolgens of de verklaring bevredigend is. De vraag of de verklaringen van de vreemdeling over het ontbreken van bewijsmateriaal bevredigend zijn, betreft een individuele toets.

Dit betekent dat tijdens het gehoor gevraagd moet worden naar bewijsmaterialen ter onderbouwing van de relevante feiten en/of omstandigheden. Verwacht mag worden dat een vreemdeling die hier asiel aanvraagt zijn asielrelaas met bewijsmaterialen onderbouwt. De verklaring van de vreemdeling dat hij zijn bewijsmaterialen ter staving van zijn asielmotief onderweg is kwijtgeraakt/niet goed heeft bewaard, wordt door de IND op zichzelf niet gezien als een bevredigende verklaring voor het ontbreken van bewijsmaterialen.

Artikel 4.3.2.3

Artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening

Bij de vraag of de verklaringen van de vreemdeling samenhangend en aannemelijk zijn bevonden en niet in strijd zijn met beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor zijn aanvraag, geeft de IND een oordeel aan de hand van alles wat de vreemdeling zelf heeft aangedragen, en van alles wat te toetsen is aan de hand van andere bronnen. De IND beoordeelt kenbaar of de verklaringen van de vreemdeling samenhangend en aannemelijk zijn en niet in strijd met beschikbare algemene en specifieke informatie. Deze beoordeling wordt op objectieve, gestructureerde en transparante wijze uitgevoerd. Hierbij kan de IND onder andere betrekken:

  1. de mate waarin verklaringen gedetailleerd en specifiek zijn;

  2. de interne consistentie van de verklaringen;

  3. consistentie met informatie van andere, door de vreemdeling genoemde, getuigen; en

  4. consistentie met beschikbare (landen)informatie.

Tegenstrijdigheden tussen informatie verkregen tijdens OVA en gehoor kunnen hierbij niet zonder meer aan de vreemdeling worden tegengeworpen. De vreemdeling moet in ieder geval in de gelegenheid worden gesteld uitleg te geven over de belangrijkste tegenstrijdigheden. Als de vreemdeling geen goede verklaring kan geven ten aanzien van de tegenstrijdigheid, dan betrekt de IND dit in de beoordeling van het asielmotief.

Komt de vreemdeling in de correcties en aanvullingen terug op eerdere verklaringen, dan mag van hem een deugdelijke verklaring worden verwacht waarom hij daarop terugkomt. Als hij zijn verklaringen aanvult of corrigeert, dan zal hij afdoende moeten verklaren waarom volgens hem het rapport van gehoor niet klopt of onvolledig is.

In bepaalde gevallen kan de door de vreemdeling verstrekte informatie dusdanig innerlijk tegenstrijdig zijn, dat dit het gehele asielmotief aantast. Dit kan zover gaan dat sprake is van ‘verstrekken onjuiste gegevens’.

De door de vreemdeling afgelegde verklaringen worden, tezamen en in onderling verband met het bewijsmateriaal dat niet voldoet aan de in paragraaf C3/4.3.1 Vc genoemde voorwaarden, beoordeeld.

Tot slot kunnen ook resultaten van onderzoek worden betrokken. Dit kan onder meer zien op documentenonderzoek, taalanalyse en informatie over de situatie in een land van herkomst.

Artikel 4.3.2.4

Artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder d, Kwalificatieverordening

Op de vraag of vast is komen te staan dat de vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd, vallen feiten en/of omstandigheden die raken aan de algemene geloofwaardigheid van de vreemdeling. Deze feiten en omstandigheden zien dus niet enkel op de vastgestelde feiten en/of omstandigheden die behoren tot het asielmotief. Als de vreemdeling in deze of een andere procedure verklaringen aflegt die dusdanig ongeloofwaardig zijn dat ze de geloofwaardigheid van de vreemdeling in zijn algemeenheid aantasten, kan de vreemdeling worden beschouwd als niet geloofwaardig in grote lijnen. Vaststellingen die zijn gedaan met betrekking tot de voorwaarden genoemd in artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder a tot en met c, Kwalificatieverordening kunnen van invloed zijn op de geloofwaardigheid in grote lijnen.

Omstandigheden die in ieder geval kunnen worden betrokken bij de beoordeling of de vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd, zijn:

  1. de vreemdeling heeft reeds eerder, onder een andere naam, een aanvraag voor een verblijfsvergunning in Nederland of in een andere lidstaat ingediend;

  2. de vreemdeling heeft ter staving van zijn aanvraag valse of vervalste reis- of identiteitspapieren dan wel andere bescheiden overgelegd en, hoewel daaromtrent ondervraagd, opzettelijk de echtheid daarvan volgehouden, dan wel een onvoldoende verklaring gegeven waarom hij dat heeft gedaan;

  3. de vreemdeling heeft ter staving van zijn aanvraag opzettelijk reis- of identiteitspapieren dan wel andere bescheiden overgelegd die niet op hem betrekking hebben.

Ook als een vreemdeling in het kader van de AMBV-procedure in de nationale procedure is opgenomen en aantoonbaar onjuiste informatie heeft verstrekt of heeft achtergehouden (al dan niet in de andere lidstaat) betrekt de IND dit bij de beoordeling of een vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd.

Bij de beoordeling of vast is komen te staan dat de verzoeker in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd, houdt de IND verder onder andere rekening met het moment waarop de verzoeker om internationale bescherming heeft verzocht.

Van een vreemdeling die verzoekt om internationale bescherming mag verlangd worden dat hij zo spoedig mogelijk dit verzoek indient. Hiervan is in beginsel sprake als het verzoek om internationale bescherming binnen 48 uur na binnenkomst is ingediend. Als dit niet binnen 48 uur is gebeurd, vraagt de IND naar de reden hiervan. Als de vreemdeling daar geen goede reden voor heeft, kan dit gevolgen hebben voor de conclusie of de vreemdeling in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd.

Artikel 4.3.2.5

Eindconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling

Aan het eind van de beoordeling van de verschillende feiten en omstandigheden trekt de IND een conclusie ten aanzien van de geloofwaardigheid per asielmotief. Als het asielmotief onvoldoende is onderbouwd met bewijsmateriaal en de vreemdeling voldoet niet aan één of meerdere voorwaarden uit artikel 4, vijfde lid, Kwalificatieverordening, is het asielmotief niet geloofwaardig. De IND geeft gemotiveerd aan waarom het asielmotief niet geloofwaardig wordt geacht.

Artikel 4.5

Beoordeling van de zwaarwegendheid

Als de IND oordeelt dat de vermoedens van de vreemdeling over wat er met hem zal gebeuren bij terugkeer naar het land van herkomst aannemelijk zijn, beoordeelt de IND of de gebeurtenissen die de vreemdeling verwacht, voldoende zwaarwegend zijn om te worden aangemerkt als een rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29 Vw of artikel 29a Vw.

← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)