De IND trekt de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vw in als er redelijke gronden bestaan de vreemdeling te beschouwen als gevaar voor de nationale veiligheid.

Het beleid in paragraaf C4/3.6.8 Vc en paragraaf B1/4.4 Vc onder nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.

Indien geconcludeerd wordt dat feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt ingetrokken, reeds bestonden bij verlening van de vergunning, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van de afgegeven vergunning, omdat de vreemdeling nooit de vluchtelingstatus toegekend had mogen krijgen.

Indien geconcludeerd wordt dat feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt ingetrokken nog niet bestonden bij verlening van de vergunning, maar pas na verlening van de vergunning zijn ontstaan, wordt ingetrokken met terugwerkende kracht tot het moment waarop de intrekkingsgrond van toepassing is (geworden). De IND beoordeelt en bepaalt dit aan de hand van de individuele omstandigheden in de zaak.