Het begrip ‘godsdienst’ omvat een breed scala aan overtuigingen, met name theïstische, niet-theïstische en atheïstische (geloofs)overtuigingen. De omstandigheid dat de vreemdeling zijn godsdienst in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze kan uitoefenen als in Nederland vormt onvoldoende aanleiding om de vreemdeling in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw.

Niet elke aantasting van het recht op godsdienstvrijheid zal dan ook een daad van vervolging in de zin van artikel 10 Kwalificatieverordening vormen. Bij de beoordeling of een aantasting van het recht op godsdienstvrijheid een daad van vervolging vormt, moet de IND, gelet op de persoonlijke situatie van de vreemdeling tegen de achtergrond van hetgeen uit algemene informatie bekend is, onderzoeken of deze om redenen van de uitoefening van die vrijheid in zijn land van herkomst een werkelijk gevaar loopt om te worden vervolgd.

De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in ieder geval mee dat:

  1. de vreemdeling, die een geloofsovertuiging aanhangt, de uitingen van zijn geloofsovertuiging in zijn land van herkomst niet verborgen hoeft te houden, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn geloofsovertuiging verborgen heeft gehouden; en

  2. van de vreemdeling niet wordt verwacht dat hij afziet van godsdienstige handelingen, die voor hem persoonlijk bijzonder belangrijk zijn om zijn godsdienstige identiteit te bewaren, om vervolging te voorkomen.

De IND beoordeelt of de maatregelen en sancties die tegen de vreemdeling zullen worden genomen als hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst bepaalde – voor zijn godsdienstige identiteit bijzondere belangrijke – handelingen verricht voldoende zwaarwegend zijn om te spreken van vervolging.

Ook als de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij bij terugkeer zich gedwongen voelt om zijn geloofsovertuiging terughoudend uit te oefenen vanwege de risico’s die hij anders loopt, kan sprake zijn van vervolging in de zin van artikel 10 Kwalificatieverordening.