De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29a Vw in de volgende twee gevallen:

  1. als de vreemdeling een ‘ernstig misdrijf’ heeft gepleegd voorafgaand aan zijn aankomst in Nederland of voor een ‘ernstig misdrijf’ is veroordeeld na zijn aankomst in Nederland, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid onder b, Kwalificatieverordening. Zie hiervoor paragraaf C4/3.6.4.1 Vc

  2. als de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder d, Kwalificatieverordening. Zie hiervoor paragraaf C4/3.6.4.2 Vc.

De aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt dan kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 30b, eerste lid, Vw omdat er redelijke gronden bestaan aan te nemen dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. Of er redelijke gronden bestaan om aan te nemen dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap wordt beoordeeld aan de hand van het Unierechtelijk openbare orde-criterium.