Imperatief

Als de verblijfsvergunning asiel van de hoofdpersoon (referent) wordt ingetrokken, dan trekt de IND gelijktijdig de verblijfsvergunning asiel van het gezinslid in. Dit volgt uit artikel 32, derde lid, Vw. Vanwege de aard van de afgegeven vergunning aan het gezinslid is er geen sprake van (zelfstandige) asielmotieven. Het intrekken van de vergunning asiel op grond van meereis en/of nareis wordt in die gevallen dwingend voorgeschreven. De IND voert voor deze intrekkingsgronden geen evenredigheidstoets uit. Er bestaat geen discretionaire bevoegdheid om van deze bepaling af te wijken. Wel kan het gezinslid tijdens de intrekkingsprocedure zelfstandige asielmotieven zelf naar voren brengen. De IND betrekt dit bij de ex nunc beoordeling. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf C6/8.1 Vc.

Niet-imperatief

Indien de IND beoordeelt dat de vergunning asiel van het gezinslid, die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29b, 29c of 29d Vw, op eigen merites kan worden ingetrokken, is het aan de vreemdeling om in de zienswijze en tijdens het gehoor te verklaren over redenen waarom de vergunning niet zou mogen worden ingetrokken. Eventuele zelfstandige asielmotieven moet de vreemdeling zelf naar voren brengen. Deze betrekt de IND bij de beoordeling. In deze gevallen voert de IND wel een evenredigheidstoetsing uit. Indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, wordt voor de evenredigheidstoets aangesloten bij het beoordelingskader van C4/3.6.5 en C4/3.6.6.