Intrekking van artikelen 29c en 29d Vw is op grond van artikel 32, vijfde lid, Vw, mogelijk wanneer:

  1. achteraf blijkt dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt of achterhouden;

  2. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;

  3. de gronden voor verlening zijn komen te vervallen voor de vreemdeling; of

  4. de vreemdeling niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt.

In geval van een intrekking op grond van artikel 32, vijfde lid, aanhef en onder b, Vw, trekt de IND de afgeleide verblijfsvergunning asiel in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de afgegeven vergunning, omdat de vreemdeling nooit de verblijfsvergunning had mogen krijgen.

In geval van een intrekking op grond van artikel 32, vijfde lid, aanhef en onder d, Vw trekt de IND de afgeleide verblijfsvergunning asiel in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.

Indien de erkenning van internationale bescherming op grond van artikel 32, zesde lid Vw wordt afgesloten van de hoofdpersoon, volgt ten aanzien van diens gezinsleden die een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29b, 29c of 29d Vw hebben een intrekkingsbesluit gelet op het bepaalde in artikel 32, derde lid Vw. Eventuele zelfstandige asielmotieven moet de vreemdeling zelf naar voren brengen.

Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C6/8.1 Vc.

Openbare orde en nationale veiligheid

Indien sprake is van een gevaar voor de openbare orde beoordeelt de IND of de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c en 29d Vw kan worden ingetrokken op grond van artikel 32, vijfde lid, onder b, Vw. Voor de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde wordt aangesloten bij paragraaf C4/3.6.6 Vc.

Indien sprake is van een verblijfsvergunning asiel op grond van 29c of 29d Vw toetst de IND aan artikel 3.86, eerste tot en met het twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede artikel 3.87 Vb en paragraaf B1/6.2.2 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.

Indien sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid, beoordeelt de IND of de verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29c en 29d kan worden ingetrokken op grond van artikel 32, vijfde lid, onder b, Vw. Paragraaf B1/4.4 Vc onder nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.

Huwelijks- of gezinsband

Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen echtgenoten wordt verwezen naar paragraaf C5/1.4 Vc.

Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C5/1.4 Vc.

De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.

Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de verblijfstitel in ieder geval niet af als:

  1. het minderjarig of meerderjarig kind op het moment van het verbreken van de gezinsband langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning asiel in het kader van nareis bij zijn of haar ouder(s);

  2. de ouder(s) op het moment van verbreken van de gezinsband langer dan één jaar houder zijn van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij hun (minderjarige) kind; of

  3. een situatie zoals bedoeld in artikel 3.106 Vb zich voordoet.