In artikel 22, tweede lid, Asiel- en migratiebeheerverordening staan situaties opgenomen, waaronder afgezien kan worden van een persoonlijk onderhoud.

Onder de situatie van artikel 22, tweede lid, aanhef en onder a, Asiel- en migratiebeheerverordening dat een vreemdeling is ondergedoken wordt mede verstaan de situatie als de verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken.

Als de vreemdeling als bedoeld in artikel 22, tweede lid, aanhef en onder b, Asiel- en migratiebeheerverordening, zonder voorafgaande kennisgeving en zonder verschoonbare reden, niet verschijnt voor het persoonlijk onderhoud, dan neemt de IND aan dat de vreemdeling geen bezwaren heeft tegen de overdracht naar het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

De vreemdeling die een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wil indienen terwijl hij nog valt onder het bereik van de Asiel- en migratiebeheerverordening dient daarvoor gebruik te maken van het model M35-O. De vreemdeling geeft op het model M35-O aan op grond van welke nieuwe relevante elementen hij een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wil indienen, onderbouwt dit en voegt bewijsmiddelen als bijlage bij.

Op grond van artikel 22, tweede lid, aanhef en onder c, Asiel- en migratiebeheerverordening zal er bij een volgende aanvraag geen persoonlijk onderhoud plaatsvinden. De vreemdeling heeft immers bij zijn eerste aanvraag al de relevante informatie als bedoeld in artikel 19 Asiel- en migratiebeheerverordening ontvangen, er is inmiddels al een claimakkoord tot stand is gekomen met de verantwoordelijke lidstaat, en de vreemdeling kan middels de ingevulde M35-O en de eventueel overgelegde bewijsstukken de benodigde informatie verstrekken.