Tibetanen kunnen te maken hebben met repressie in China, als zij:

  1. als advocaat, politiek activist of blogger actief zijn geweest;

  2. verdacht worden van separatistische sympathieën;

  3. steun hebben betuigd aan de dalai lama in China, of daarvan verdacht worden;

  4. te maken hebben gehad met religieuze activiteiten die door de overheid worden gezien als uitingen van politieke onvrede of streven naar onafhankelijkheid; of

  5. om andere redenen de negatieve aandacht van de Chinese autoriteiten hebben getrokken dan wel zullen trekken en de overheid deze zien als uitingen van politieke onvrede of streven naar onafhankelijkheid.

De IND verleent een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan de Tibetaan afkomstig uit China die aannemelijk maakt dat hij tot een of meerdere van deze groepen behoort.