Wanneer de vreemdeling aanvoert uit zelfverdediging misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag te hebben gepleegd, wordt deze niet gevrijwaard van verantwoordelijkheid als er sprake is van in ieder geval een van de volgende situaties:
er wordt geen geloof gehecht aan de door de vreemdeling gestelde bedreiging;
de bedreiging waartegen de vreemdeling zich stelt te hebben verdedigd weegt niet op tegen de ernst van het door de vreemdeling begane misdrijf;
het moet voor de vreemdeling duidelijk zijn geweest dat het door hem begane misdrijf de dreiging niet had kunnen afwenden; of
de vreemdeling heeft niet slechts één misdrijf gepleegd, maar heeft gedurende een langere periode meerdere misdrijven gepleegd.