Op grond van artikel 38, eerste lid, aanhef en onder d, Procedureverordening kan een aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als een internationaal strafgerecht heeft gezorgd voor veilige herplaatsing van de vreemdeling naar een lidstaat of een derde land of ondubbelzinnig maatregelen neemt in die zin, tenzij nieuwe relevante omstandigheden zijn ontstaan waarmee het strafhof of tribunaal geen rekening heeft gehouden of er geen juridische mogelijkheid bestond om omstandigheden die relevant zijn voor internationaal erkende mensenrechtennormen aan te voeren voor dat internationale strafgerecht.