In de screeningsfase verzamelt de screeningsautoriteit (KMar of IND) informatie op basis waarvan de triage (zie verder paragraaf C1/3 Vc) uitgevoerd gaat worden. Hieruit kan volgen dat (mogelijk) een andere lidstaat verantwoordelijk is voor het behandelen van het verzoek om internationale bescherming (zie artikel 8, vijfde lid, Screeningsverordening en zie verder paragraaf ‘Screening’ Vc). Dit kan blijken uit het raadplegen van Eurodac en VIS. Het kan ook blijken uit documenten van de vreemdeling en uit verklaringen.
Bij de beoordeling of een andere lidstaat verantwoordelijk is voor het behandelen van het verzoek om internationale bescherming onderzoekt de IND of er sprake is van indicaties dat de procedure van de Asiel- en migratiebeheerverordening doorlopen moet worden.
Als tijdens het onderzoek wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming van een vreemdeling, dan neemt IND zijn verzoek om internationale bescherming in behandeling.