Artikel 12, tweede lid, Kwalificatieverordening regelt, dat een onderdaan van een derde land of staatloze wordt uitgesloten van de erkenning als vluchteling, als er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat een vreemdeling oorlogsmisdrijven of andere ernstige misdrijven heeft gepleegd. Dit komt overeen met de tekst van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Daarom wordt in de Vc nog steeds gesproken over artikel 1F Vluchtelingenverdrag (of kortweg 1F).
De IND verleent in dat geval de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel (zie paragraaf C4/3.6.2 Vc).