In deze paragraaf zijn beleidsregels opgenomen die een uitwerking zijn van de volgende artikelen:
artikel 30b Vw;
Artikel 61–64 Procedureverordening
De IND kan een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel kennelijk ongegrond verklaren op grond van artikel 30b Vw, indien een derde land kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst voor de vreemdeling.
Een derde land kan alleen op grond van artikel 61 Procedureverordening als zodanig worden aangewezen.
Het aanwijzen van een land als veilig land van herkomst kan op het niveau van:
de EU (artikel 62 Procedureverordening, zie ook bijlage II); of
nationaal niveau (artikel 64 Procedureverordening) indien deze nationaalrechtelijk is vastgesteld.
De lijst met veilige landen van herkomst die op het niveau van de Unie is vastgesteld zijn neergelegd in bijlage II bij Verordening 2026/464 tot wijziging van Verordening 2024/1348.
In artikel 61, derde lid, Procedureverordening is opgenomen op basis van welke bronnen een derde land kan worden aangemerkt als veilig land van herkomst. De Unie of de Minister moet overeenkomstig artikel 61, vierde lid Procedureverordening de mate waarin bescherming in zijn algemeenheid wordt geboden tegen vervolging en ernstige schade vaststellen.
Bij de aanwijzing op zowel het niveau van de Unie als nationaal niveau van een derde land als veilig land van herkomst kunnen uitzonderingen worden gemaakt voor specifieke delen van zijn grondgebied of voor duidelijk identificeerbare categorieën personen. Uitzonderingen op het niveau van de Unie moeten ook door de Unie worden vastgesteld en kan niet op nationaal niveau plaatsvinden.
Het begrip veilig land van herkomst mag worden toegepast indien;
de vreemdeling de nationaliteit van dat land heeft of staatloos is en voorheen in dat land zijn of haar gewone verblijfplaats had;
de vreemdeling niet tot een categorie personen behoort waarvoor een uitzondering is gemaakt bij de aanwijzing van het derde land als veilig land van herkomst;
de vreemdeling in het kader van een individuele beoordeling geen elementen kan verstrekken die rechtvaardigen dat het begrip veilig land van herkomst niet op hem of haar van toepassing is (artikel 61, vijfde lid, aanhef en onder c, Procedureverordening);
In bovenstaande gevallen beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.
De IND wijst de asielaanvraag op deze grond ook af als kennelijk ongegrond in het geval de vreemdeling een niet-begeleide minderjarige betreft (zie artikel 42, derde lid, Procedureverordening).