De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc. De IND past in de volgende gevallen de verjaringstermijnen uit paragraaf B1/4.4 Vc niet toe:

  1. een veroordeling voor een misdrijf tegen het leven gericht;

  2. het bij herhaling veroordeeld zijn voor misdrijven; of

  3. ernstige redenen om te veronderstellen dat de vreemdeling (of diens gezinslid) zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.

Ad b

Er is sprake van het bij herhaling veroordeeld zijn als:

  1. er meer dan een straf is opgelegd; of

  2. er een straf is opgelegd voor een aantal bewezenverklaarde strafbare feiten (voeging).