De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc. De IND past in de volgende gevallen de verjaringstermijnen uit paragraaf B1/4.4 Vc niet toe:
een veroordeling voor een misdrijf tegen het leven gericht;
het bij herhaling veroordeeld zijn voor misdrijven; of
ernstige redenen om te veronderstellen dat de vreemdeling (of diens gezinslid) zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
Ad b
Er is sprake van het bij herhaling veroordeeld zijn als:
er meer dan een straf is opgelegd; of
er een straf is opgelegd voor een aantal bewezenverklaarde strafbare feiten (voeging).