Indien de vreemdeling een ernstig misdrijf heeft gepleegd voorafgaand aan zijn aankomst in Nederland, dan is een veroordeling niet noodzakelijk. Indien de vreemdeling na zijn aankomst in Nederland een ernstig misdrijf heeft gepleegd, dan is een veroordeling wel noodzakelijk. Deze hoeft niet definitief (ofwel: onherroepelijk) te zijn. Bij de beoordeling of sprake is een ‘ernstig misdrijf’ houdt de IND in ieder geval rekening met de volgende punten:

  1. de aard van het gepleegde feit;

  2. de schade die is teweeggebracht;

  3. de gevolgde strafprocedure;

  4. de aard van de straf; of

  5. de meeste rechterlijke instanties het gepleegde feit aanmerken als een ernstig misdrijf.

Als het misdrijf naar zijn aard een gevaar voor de gemeenschap oplevert, zoals bedoeld in paragraaf C4/3.6.4.2 Vc, is dit een sterke indicatie dat er sprake is van een ‘ernstig misdrijf’.

Indien de vreemdeling minderjarig is, houdt de IND, conform artikel 17, vijfde lid, Procedureverordening, bij de beoordeling of er sprake is van uitsluiting van de subsidiairebeschermingsstatus onder andere rekening met de vraag of de vreemdeling strafrechtelijk aansprakelijk had kunnen worden gesteld indien hij het misdrijf, op deze leeftijd, in Nederland zou hebben gepleegd en of hij daarvoor zou worden veroordeeld.