De vreemdeling die geacht wordt een gegronde vrees te hebben voor vervolging of een reëel risico te lopen op ernstige schade, kan een verblijfsvergunning asiel onthouden worden als de vreemdeling de omstandigheden waarop het risico van vervolging of ernstige schade berust, zelf veroorzaakt heeft nadat hij het land van herkomst heeft verlaten met als enig of voornaamste doel de voorwaarden te creëren om in aanmerking te komen voor internationale bescherming (zie artikel 5, tweede lid, Kwalificatieverordening).
De IND moet motiveren uit welke feiten en omstandigheden volgt dat is voldaan aan de objectieve en subjectieve vereisten, waardoor aannemelijk is dat de vreemdeling voor zichzelf kunstmatig de voorwaarden heeft geschapen, alleen met als enig of voornaamste doel om zo in aanmerking te kunnen komen voor internationale bescherming. De enkele omstandigheid dat de gebeurtenissen na het verlaten van het land van herkomst plaatsvinden, is op zichzelf nog geen reden om artikel 5, tweede lid, Kwalificatieverordening toe te passen.
De toepassing van artikel 5, tweede lid, Kwalificatieverordening en het daarmee onthouden van een verblijfsvergunning asiel kan geen afbreuk doen aan het beginsel van non-refoulement zoals vastgelegd in artikel 3 EVRM en de artikelen 4 en 19, tweede lid, EU Handvest.