Een aanvraag kan ook impliciet ingetrokken worden verklaard als één van de gronden van artikel 41, eerste lid, Procedureverordening van toepassing is. Ook bij impliciete intrekkingen kan inhoudelijk worden beslist, wanneer er voldoende informatie beschikbaar is om de aanvraag af te doen als (kennelijk) ongegrond op grond van artikel 31, derde lid, onder b of artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw. Wanneer het niet mogelijk is om af te wijzen wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, Vw.

Als een of meer van de omstandigheden genoemd in artikel 41, eerste lid Procedureverordening zich voordoen en op dat moment nog geen inhoudelijke beslissing kan worden genomen, wordt de aanvraag als impliciet ingetrokken beschouwd. De IND kan de vreemdeling gelet op artikel 41, vierde lid van de Procedureverordening een hersteltermijn van maximaal drie dagen aanbieden om gegronde redenen aan te voeren voor de nalatigheden of handelingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 41 Procedureverordening en / of om alsnog te voldoen aan het hetgeen in dit artikel is opgenomen. Bij de grensprocedure, bewaringszaken en VRIS-zaken kan er maximaal een termijn van één dag gegeven worden.

Het bieden van een hersteltermijn blijft achterwege indien:

  1. de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken;

  2. het niet mogelijk is om contact met de vreemdeling op te nemen; en

  3. de vreemdeling (nog) geen advocaat heeft of een advocaat heeft die desgevraagd aangeeft geen contact meer te hebben met de vreemdeling.

Wanneer de impliciete intrekking plaatsvindt binnen het OVA-proces, wordt er gewacht met beslissen tot de uiterlijke termijn voor de screening zoals neergelegd in artikel 8 Screeningsverordening is verstreken, waarna de aanvraag in beginsel buiten behandeling wordt gesteld.