Uitgangspunt is dat een lidstaat van de Europese Unie voldoende bescherming biedt aan de eigen burgers.
De IND verklaart een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel van een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie niet-ontvankelijk op grond van Protocol (Nr. 24) inzake asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie, bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, tenzij een van de volgende omstandigheden van toepassing is:
indien de lidstaat waarvan de aanvrager onderdaan is na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam maatregelen neemt met gebruikmaking van de bepalingen van artikel 15 EVRM, waarbij op zijn grondgebied wordt afgeweken van zijn verplichtingen uit hoofde van dat Verdrag; of
indien de in artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde procedure op gang is gebracht en totdat de Raad, of in voorkomend geval de Europese Raad hieromtrent een besluit heeft genomen ten aanzien van de lidstaat waarvan de aanvrager onderdaan is; of
indien de Raad overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie een besluit heeft vastgesteld ten aanzien van de lidstaat waarvan de aanvrager onderdaan is of indien de Europese Raad overeenkomstig artikel 7, lid 2, van dat Verdrag een besluit heeft vastgesteld ten aanzien van de lidstaat waarvan de aanvrager onderdaan is; of
indien een lidstaat hiertoe eenzijdig besluit in verband met de aanvraag van een onderdaan van een andere lidstaat; in dat geval wordt de Raad onverwijld op de hoogte gesteld; de aanvraag wordt behandeld op basis van het vermoeden dat zij duidelijk ongegrond is zonder op enigerlei wijze, in welk geval dan ook, van invloed te zijn op de beslissingsbevoegdheid van de lidstaat.
Ad b en c
Het enkele feit dat een procedure zoals bedoeld in artikel 7 VEU is gestart, betekent niet dat de aanvraag om die reden inhoudelijk moet worden behandeld en dat deze niet niet-ontvankelijk kan worden verklaard. In dat geval dient te worden beoordeeld of de asielmotieven van de vreemdeling in direct verband staan met de achtergronden bij de artikel 7-procedure.
Ad d
De d-grond zal slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kunnen worden toegepast en slechts in het geval de Minister hiertoe besloten heeft.
De IND toetst gelet op het bepaalde in artikel 3.6a van het Vreemdelingenbesluit niet ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Wet wanneer een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie een asielaanvraag indient.