Het gaat in artikel 42, eerste lid, onder h, Procedureverordening om de situatie dat:
de vreemdeling Nederland onrechtmatig is binnengekomen; of
de vreemdeling zijn verblijf op onrechtmatige wijze heeft verlengd.
Hieronder valt ook de vreemdeling die zich pas meldt na het verlopen van een visum en in de tussentijd geen andere wijze van rechtmatig verblijf heeft gehad. ‘Gezien de omstandigheden van zijn of haar binnenkomst’ zoals volgt uit artikel 42, eerste lid, onder h, Procedureverordening, betekent dat bij de beoordeling betrokken moet worden of de asielmotieven al aanwezig waren bij binnenkomst, of dat die op een later moment zijn ontstaan.
De IND werpt de vreemdeling niet tegen dat hij onrechtmatig binnen is gekomen als de vreemdeling zich uit eigen beweging binnen 48 uur na binnenkomst in Nederland heeft gemeld bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij een asielaanvraag wil indienen.
De IND wijst de asielaanvraag op deze grond niet af als kennelijk ongegrond in het geval de vreemdeling een niet-begeleide minderjarige vreemdeling betreft (zie artikel 42, derde lid, Procedureverordening).