Als de IND de asielaanvraag op grond van artikel 29c, eerste lid of artikel 29d, eerste lid, Vw, afwijst omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, toetst de IND aan het evenredigheidsbeginsel. De Kwalificatieverordening is niet van toepassing op deze vergunningen.
In het kader van de evenredigheidstoets beoordeelt de IND de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de afwijzing. Het strafbare feit waarvoor de vreemdeling is veroordeeld moet zo ernstig zijn of van dien aard dat het noodzakelijk is om het verblijf van die vreemdeling uit te sluiten.
Als de IND de asielaanvraag op grond van artikel 29c, eerste lid, Vw, afwijst dan toetst de IND naast het evenredigheidsbeginsel ook aan artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
Als de IND de asielaanvraag op grond van artikel 29d, eerste lid, Vw, afwijst dan toetst de IND naast het evenredigheidsbeginsel aan artikel 8 EVRM.
Hierbij houdt de IND rekening met alle individuele omstandigheden, waaronder:
de band met Nederland;
de band met het land van herkomst;
een eventueel bestaand terugkeerbeletsel; en
het belang van de Nederlandse Staat.