Bij de beoordeling van een aanvraag van een exploitant om vergunning voor een seksinrichting ten aanzien waarvan voor 1 november 2000 door hem een eerste aanvraag voor een vergunning is ingediend waarop positief werd beslist en welke inrichting door hem ten minste vanaf 1 april 1999 onafgebroken geëxploiteerd is, is:
het bepaalde in artikel 3.3.2, eerste lid, onder a, alleen van toepassing indien de exploitant of beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor delicten die na 1 april 1999 zijn gepleegd;
het bepaalde in artikel 3.3.2, eerste lid, onder b, niet van toepassing;
het bepaalde in artikel 3.3.2, eerste lid, onder c, niet van toepassing indien een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 6.1.1 van de Bouwverordening is ingediend voor de seksinrichting, totdat op de aanvraag door het bevoegde bestuursorgaan een besluit is genomen.