1. Het is verboden zonder vergunning van het college voertuigen op een openbare plaats ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden.

  2. Het college wijst categorieën voertuigen aan waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend kan worden

  3. De vergunning wordt voor maximaal 2 jaar verleend.

  4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  5. Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:6, een vergunning weigeren of intrekken indien:

    1. de aanvraag een categorie voertuigen betreft die niet is aangewezen op grond van het tweede lid;

    2. een door het college vastgesteld vergunningenplafond of voertuigenplafond door verlenen van de vergunning zou worden overschreden;

    3. het ter gebruik aanbieden van de voertuigen:

      1. onevenredig beslag legt op de openbare ruimte;

      2. afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte;

      3. een nadelige invloed heeft op het woon- en leefklimaat,

      4. onevenredige afbreuk doet aan een belang als bedoeld in artikel 2.1.4.1, tweede lid of

      5. de aanvraag in strijd is, of de vergunninghouder in strijd handelt of nalatig is inzake het bij of krachtens dit artikel bepaalde.

  6. Het college kan een maximaal aantal voertuigen of vergunninghouders per categorie voertuigen vaststellen.

  7. Het college kan stallingsplaatsen of openbare plaatsen aanwijzen waar het verboden is om voertuigen als bedoeld in het eerste lid ter gebruik aan te bieden.

  8. Het college kan stallingsplaatsen of openbare plaatsen aanwijzen waar het verbod uit het eerste lid niet geldt voor bepaalde categorieën voertuigen.

  9. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van het bepaalde in dit artikel.