1. De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion “Gelredome” van drie uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot drie uur na afloop van voetbalwedstrijden van de in artikel 2.2.1 bedoelde organisator.

  2. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het eerste lid bedoeld verbod, indien de persoon de openbare orde in of in de omgeving van genoemd stadion in ernstige mate heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de in artikel 2.2.1 genoemde organisator in dit stadion is gespeeld.