-
Overtreding van een artikel uit deze verordening waarin een gebod of verbod is opgenomen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
-
Overtreding van een artikel uit een krachtens deze verordening door het college vastgestelde nadere regel, waarin een gebod of verbod is opgenomen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
-
De vorige leden zijn niet van toepassing op:
de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 5 (Bestrijding heling), met uitzondering van artikel 2.5.5;
de bepalingen van hoofdstuk 4, afdeling 2 (Afvalstoffen), met uitzondering van de artikelen 4.2.3.1 tot en met 4.2.3.3;
de artikelen 2.1.5.2 eerste lid onder a, 2.1.5.3, 2.4.19, 4.5.2, 4.5.6 en 4.7.2.
-
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.2.2.2, 4.2.2.4, 4.2.2.6, 4.2.2.7, 4.2.2.8 en 4.2.4.2a wordt aangemerkt als een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, aanhef en onder 3°, van de Wet op de Economische Delicten.
Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Orde en veiligheid op de weg
Afdeling Betaald-voetbalwedstrijden
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Toezicht op openbare inrichtingen
- Artikel 2.3.1.1
- Artikel 2.3.1.2
- Artikel 2.3.1.3
- Artikel 2.3.1.4
- Artikel 2.3.1.5
- Artikel 2.3.1.6
- Artikel 2.3.1.7
- Artikel 2.3.1.8
- Artikel 2.3.1.8a
- Artikel 2.3.1.9
- Artikel 2.3.1.10
- Artikel 2.3.1.11
- Artikel 2.3.1.12
- Artikel 2.3.1.13
- Artikel 2.3.1.14
- Artikel 2.3.1.15
- Artikel 2.3.1.15a
- Artikel 2.3.1.16
- Artikel 2.3.1.17
- Artikel 2.3.1.18
- Artikel 2.3.1.19
- Artikel 2.3.1.20
Paragraaf Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Paragraaf Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen
Paragraaf Tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, drugsoverlast, gevaar of schade
- Artikel 2.4.1
- Artikel 2.4.1a
- Artikel 2.4.2
- Artikel 2.4.3
- Artikel 2.4.4
- Artikel 2.4.5
- Artikel 2.4.6
- Artikel 2.4.7
- Artikel 2.4.7a
- Artikel 2.4.8
- Artikel 2.4.9
- Artikel 2.4.10
- Artikel 2.4.10a
- Artikel 2.4.11
- Artikel 2.4.11a
- Artikel 2.4.12.a
- Artikel 2.4.12.b
- Artikel 2.4.13
- Artikel 2.4.14
- Artikel 2.4.15
- Artikel 2.4.16
- Artikel 2.4.17
- Artikel 2.4.18
- Artikel 2.4.19
- Artikel 2.4.20
- Artikel 2.4.21
- Artikel 2.4.22
- Artikel 2.4.23
- Artikel 2.4.24
- Artikel 2.4.25
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Bestuurlijke ophouding
Afdeling Preventief fouilleren
Afdeling Cameratoezicht
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijke aanzien van de gemeente
Afdeling Geluidhinder
Afdeling Afvalstoffen
Afdeling Bepalingen over de riolering
Afdeling Bodem, weg en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Bescherming van flora en fauna
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Schoonmaakactiviteiten door middel van stralen of reinigen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten
Afdeling Openbaar water
Afdeling Woonschepen
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Verbod vuur te stoken
Afdeling Verstrooiing van as
Afdeling Evenementen
Afdeling Openluchtrecreatie
Afdeling Meldingsplicht kamergewijze verhuur
Afdeling Verboden reclame
Hoofdstuk Straf, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 6.1a
Boetebepaling bestuurlijke boete
-
Overtreding door een natuurlijk persoon van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde kan worden beboet met een bestuurlijke boete. De hoogte van de boete is voor natuurlijke personen het bedrag dat in de Bijlage als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (hierna: besluit BBOOR) bij het betreffende voorschrift is aangegeven.
-
Indien de overtreding wordt begaan door een rechtspersoon wordt de hoogte van de bestuurlijke boete welke geldt voor een natuurlijk persoon, vermenigvuldigd met de factor 10.
Artikel 6.2
Toezichthouders
-
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening zijn belast:
de personen die zijn beëdigd als bijzonder opsporingsambtenaar en werkzaam zijn bij de afdeling die belast is met toezichts- en handhavingstaken en de coördinator handhaving openbare ruimte;
de personen benoemd in de functie van toezichthouder faunabeheerder, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 2, Afdeling 3.
-
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens Hoofdstuk 2, Afdeling 3 (met uitzondering van de artikelen 2.3.1.12 en 2.3.1.13), zijn belast ambtenaren van politie Oost-Nederland.
-
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de burgemeester aangewezen personen.
Artikel 6.3
Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6.4
Inwerkingtreding
-
Deze verordening treedt in werking op de dag na het verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van uitgifte van de Arnhemse Koerier waarin zij is bekendgemaakt.
-
De Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem, vastgesteld bij besluit van 3 juli 1995 en sindsdien gewijzigd, wordt ingetrokken.
Artikel 6.5
Overgangsbepaling
-
Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
-
Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
-
Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn.
-
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.
-
De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, voor zover de rechtsgrond waarop de nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
Artikel 6.6
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem.