1. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde aan een persoon die op een openbare plaats handelingen verricht die de openbare orde verstoren of die strafbare feiten pleegt, het bevel te geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  2. De burgemeester is bevoegd aan een persoon aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en die opnieuw op een openbare plaats handelingen verricht die de openbare orde verstoren of die strafbare feiten pleegt, in het belang van de openbare orde het bevel te geven zich gedurende ten hoogste drie maanden niet in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

  4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.