In deze afdeling wordt verstaan onder:
vuilwaterriool: het niet voor hemelwaterafvoer bedoelde rioolstelsel dan wel gemengde rioolstelsel;
hemelwaterriool: het alleen voor de afvoer van hemelwater bedoelde rioolstelsel.
In deze afdeling wordt verstaan onder:
vuilwaterriool: het niet voor hemelwaterafvoer bedoelde rioolstelsel dan wel gemengde rioolstelsel;
hemelwaterriool: het alleen voor de afvoer van hemelwater bedoelde rioolstelsel.
Het is verboden een rioolaansluiting te maken of te wijzigen op het gemeentelijk riool.
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
het voornemen tot het maken of wijzigen van de rioolaansluiting dient tenminste drie weken van tevoren schriftelijk te worden gemeld aan het college, onder vermelding van in ieder geval:
een schets of foto van de locatie;
het adres van de eventueel aan te sluiten woning;
een tekening en beschrijving van de wijze waarop de aansluiting wordt gerealiseerd;
de diameter van de buis en de hoeveelheid te lozen vuil- en regenwater;
de datum en het tijdstip van uitvoering;
de gegevens van de aannemer die het werk zal uitvoeren;
de hoogte en het aansluitpunt van de leidingen op de erfgrens hebben de instemming van de betrokken grondeigenaar;
er wordt binnen circa een halve meter van de erfgrens van het betreffende perceel een ontstoppingsstuk geplaatst in elke afvoerleiding, die te allen tijde bereikbaar is;
de vuilwaterafvoerleiding dient te worden uitgevoerd in de kleur grijs en mag enkel op het gemeentelijk vuilwaterriool worden aangesloten voor zover ter plaatse een gescheiden rioolstelsel aanwezig is;
de hemelwaterafvoerleiding dient te worden uitgevoerd in de kleur roodbruin en mag enkel worden aangesloten op het hemelwaterriool, voor zover ter plaatse een gescheiden rioolstelsel aanwezig is;
binnen drie weken na het maken of wijzigen van een aansluiting dient een revisietekening van de aansluiting aan het college te worden overgelegd.
Het is verboden een rioolaansluiting op het gemeentelijk riool te hebben.
Het bepaalde in het derde lid geldt niet als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
regenwater mag enkel op het hemelwaterriool worden geloosd en er mag geen ander water op het hemelwaterriool worden geloosd;
er mag op geen enkele wijze afvalwater en/of afvalstoffen worden geloosd die door samenstelling, aard of hoeveelheid:
gevaar, schade of hinder kan opleveren voor de riolering dan wel de goede werking daarvan, of voor de daarop aangeslotenen of
een nadelige invloed kan hebben op de verwerking van het uit de riolering te verwijderen slib;
er mag niet op zodanig wijze afvalwater en/of afvalstoffen worden geloosd dat daardoor de goede werking van de riolering kan worden belemmerd;
er mogen op de riolering geen stoffen, in welke vorm dan ook, worden geloosd:
met een sulfaatgehalte van meer dan 300 mg per liter;
die verstopping of beschadiging van de riolering of daarmee verbonden installaties kunnen veroorzaken;
die worden versneden door middel van versnijdende apparatuur, tenzij het stoffen betreft die ook zonder te zijn versneden geloosd mogen worden;
die brand- of explosiegevaar kunnen veroorzaken;
die stankoverlast kunnen veroorzaken.
Het college bericht de melder binnen uiterlijk twee weken na ontvangst van de melding als bedoeld in het tweede lid, onder a, of de melding voldoet aan het daar bepaalde.
Het college kan nadere regels stellen omtrent het in het tweede en vierde lid bepaalde.
Het is verboden zonder vergunning van het college een hemelwaterafvoer aan te sluiten of aangesloten te hebben op het vuilwaterriool van het gescheiden stelsel.
Het is verboden zonder vergunning van het college afvalwater uit beer- of zinkputten, rioolwater, grondwater of spoelwater op inspectieputten te lozen.
Een vergunning dient te worden aangevraagd door middel van een daartoe door het college vastgesteld formulier onder bijvoeging van een rioleringsplan.
Het college kan nadere eisen stellen met betrekking tot het in het eerste lid genoemd rioleringsplan.
Het college kan aan een vergunning voorschriften verbinden die in ieder geval betrekking kunnen hebben op de verplichting aan te sluiten op een verbeterd gescheiden stelsel inclusief het treffen van de daarvoor vereiste voorzieningen op eigen terrein.