1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.2, tweede lid, onder a, op de vergunning vermelde exploitant de exploitatie van het seksbedrijf of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

  2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.