1. Het college kan ten behoeve van de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 5.8.2 een formulier vaststellen.

  2. Bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 5.8.2 worden in ieder geval overgelegd:

    1. gegevens betreffende naam en adres van de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van het kampeerterrein en van de beheerder van het kampeerterrein; en

    2. een situatietekening van het kampeerterrein waarop zijn aangegeven de kadastrale omschrijving van het terrein, de plaats van de bestaande en op te richten bouwwerken en hun functies en de wijze waarop in parkeergelegenheid is voorzien.