De burgemeester weigert de vergunning, als:
de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan, voorbereidingsbesluit of de Huisvestingswet;
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
er sprake is van een dusdanige hoge concentratie openbare inrichtingen in een bepaald gebied dat er naar zijn oordeel sprake is van een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat dan wel van een onaanvaardbaar risico van mogelijke verstoringen van de openbare orde;
de openbare inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van andersoortige openbare inrichtingen of winkels met een dusdanig andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de verschillende bezoekersgroepen tot verstoringen van de openbare orde aanleiding kan geven;
de openbare inrichting niet voldoet aan de inrichtingseisen, gesteld in artikel 2.3.1.12;
de exploitant of beheerder onder curatele staat, uit het ouderlijke gezag of voogdij ontzet is dan wel de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt;
de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in het Alcoholbesluit gestelde eisen ten aanzien van het zedelijke gedrag van leidinggevenden;
redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde in overeenstemming zal zijn; of
de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar veiligheids- of gezondheidsrisico of een aantoonbaar risico voor de openbare orde ontstaat.