-
In dit artikel wordt onder collecte verstaan: een openbare inzameling van geld of goederen of het daartoe aanbieden van een intekenlijst. Daaronder wordt mede verstaan het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
-
Het is verboden een collecte te houden.
-
Het verbod geldt niet voor een collecte die in besloten kring gehouden wordt.
-
Het verbod geldt niet voor een collecte, die wordt gehouden door:
een landelijk collecterend fonds dat is opgenomen in het door het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) jaarlijks opgestelde collecterooster voor zover de collecte plaatsvindt binnen de daarop voor het betreffende fonds aangegeven periode;
een vereniging of stichting ten behoeve van een liefdadig of ideëel doel in een in voornoemd collecterooster opgenomen vrije periode, mits:
de collecte maximaal 1 week duurt;
de vereniging of stichting in het betreffende kalenderjaar niet eerder een collecte in Arnhem heeft gehouden;
de collectant beschikt over een CBF-Keur of een door het CBF afgegeven Verklaring van geen bezwaar, danwel anderszins publiekelijk verantwoordelijk aflegt over de ingezamelde gelden of goederen en de besteding daarvan;
de collecte niet betrekking heeft op een doel waarvoor al een collecte in het betreffende kalenderjaar in Arnhem wordt of is gehouden;
uiterlijk drie weken voordat wordt begonnen met de collecte hiervan schriftelijk melding bij het college wordt gedaan, onder vermelding van de periode, het liefdadig of ideëel doel en de wijze waarop voldaan wordt aan het bepaalde onder 3;
er geen eerdere melding is ontvangen van een andere vereniging of stichting voor de betreffende periode die voldoet aan het bepaalde in dit lid.
-
Het college kan binnen twee weken na ontvangst van de melding als bedoeld in het vierde lid, onder b, sub 5, besluiten een collecte te verbieden in het belang van de openbare orde.
Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Orde en veiligheid op de weg
Afdeling Betaald-voetbalwedstrijden
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Toezicht op openbare inrichtingen
- Artikel 2.3.1.1
- Artikel 2.3.1.2
- Artikel 2.3.1.3
- Artikel 2.3.1.4
- Artikel 2.3.1.5
- Artikel 2.3.1.6
- Artikel 2.3.1.7
- Artikel 2.3.1.8
- Artikel 2.3.1.8a
- Artikel 2.3.1.9
- Artikel 2.3.1.10
- Artikel 2.3.1.11
- Artikel 2.3.1.12
- Artikel 2.3.1.13
- Artikel 2.3.1.14
- Artikel 2.3.1.15
- Artikel 2.3.1.15a
- Artikel 2.3.1.16
- Artikel 2.3.1.17
- Artikel 2.3.1.18
- Artikel 2.3.1.19
- Artikel 2.3.1.20
Paragraaf Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Paragraaf Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen
Paragraaf Tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, drugsoverlast, gevaar of schade
- Artikel 2.4.1
- Artikel 2.4.1a
- Artikel 2.4.2
- Artikel 2.4.3
- Artikel 2.4.4
- Artikel 2.4.5
- Artikel 2.4.6
- Artikel 2.4.7
- Artikel 2.4.7a
- Artikel 2.4.8
- Artikel 2.4.9
- Artikel 2.4.10
- Artikel 2.4.10a
- Artikel 2.4.11
- Artikel 2.4.11a
- Artikel 2.4.12.a
- Artikel 2.4.12.b
- Artikel 2.4.13
- Artikel 2.4.14
- Artikel 2.4.15
- Artikel 2.4.16
- Artikel 2.4.17
- Artikel 2.4.18
- Artikel 2.4.19
- Artikel 2.4.20
- Artikel 2.4.21
- Artikel 2.4.22
- Artikel 2.4.23
- Artikel 2.4.24
- Artikel 2.4.25
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Bestuurlijke ophouding
Afdeling Preventief fouilleren
Afdeling Cameratoezicht
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijke aanzien van de gemeente
Afdeling Geluidhinder
Afdeling Afvalstoffen
Afdeling Bepalingen over de riolering
Afdeling Bodem, weg en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Bescherming van flora en fauna
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Schoonmaakactiviteiten door middel van stralen of reinigen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten
Afdeling Openbaar water
Afdeling Woonschepen
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Verbod vuur te stoken
Afdeling Verstrooiing van as
Afdeling Evenementen
Afdeling Openluchtrecreatie
Afdeling Meldingsplicht kamergewijze verhuur
Afdeling Verboden reclame
Hoofdstuk Straf, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 5.2.2
Venten
-
Het is verboden op de door het college aangewezen plaatsen te venten.
-
Onder venten wordt in dit artikel in ieder geval verstaan het op of aan de weg of een openbaar water, aan een huis dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats:
goederen te koop aan te bieden, te verkopen of af te geven;
personeel te werven;
marktonderzoek, enquêteren daaronder mede begrepen, te doen;
petities ter ondertekening aan te bieden;
gratis producten en monsters te verstrekken;
leden te werven;
abonnementen aan te bieden;
diensten aan te bieden.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:
voor het aan huizen van vaste afnemers afleveren van goederen door – of door huisgenoten of personeel van – hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op de plaats die is aangewezen voor het houden van een van gemeentewege ingestelde markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt gehouden wordt;
voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een standplaats als bedoeld in artikel 5.2.3;
voor het aanbieden en dergelijke van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen als bedoeld in artikel 2.1.3.1.
Artikel 5.2.3
Standplaatsen: uitstallingen op de weg
-
Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats:
met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben;
anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek.
-
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als bedoeld in het eerste lid.
-
Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Alsdan geldt ook het in het tweede lid gestelde verbod niet.
-
De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een van gemeentewege ingestelde markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 5.7.2.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de provinciale omgevingsverordening van toepassing is
-
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
in het belang van de bescherming van het uiterlijke aanzien van de omgeving;
in het belang van de verkeersvrijheid of veiligheid;
wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;
vanwege strijd met het omgevingsplan;
indien er één of meer aanvragen voor samenlopende concurrerende standplaatsen zijn ingediend.
-
Het college houdt de beslissing op een aanvraag voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag tevens een activiteit betreft die vergunningplichtig is in het kader van de Omgevingswet en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het zesde lid, tot de dag waarop de omgevingsvergunning van kracht geworden is.
-
Het college kan nadere regels vaststellen waaraan getoetst wordt of een standplaatshouder in aanmerking komt voor een vergunning.
Artikel 5.2.4
Aanvraag vergunning
-
Het college stelt voor het indienen van aanvragen voor een vergunning als bedoeld in artikel 5.2.3 een formulier vast.
-
Bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 5.2.3 worden overgelegd:
een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
situatietekening van de locatie;
een foto van de kraam/standplaatswagen;
een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte van de standplaats;
een kopie van een identiteitsbewijs van de aanvrager.