1. Het is verboden zich op of aan de weg te presenteren als prostituee en/of als zodanig diensten aan te bieden, dan wel van deze diensten gebruik te maken of daartoe contact te leggen.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op of aan door het college aangewezen wegen of gebieden, gedurende door het college vastgestelde tijden mits degene die zich als prostituee presenteert en/of als zodanig diensten aanbiedt, beschikt over een vergunning van het daartoe bevoegd bestuursorgaan.

  3. De vergunning wordt ten name van de prostituee gesteld.

  4. De vergunning als bedoeld in het tweede lid wordt geweigerd indien:

    1. de prostituee op de datum van aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; of

    2. door vergunningverlening in strijd wordt gehandeld met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

  5. De vergunning als bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd:

    1. in het belang van de openbare orde;

    2. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

    3. in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leef- klimaat;

    4. in het belang van de veiligheid van personen of goederen;

    5. in het belang van de gezondheid of zedelijkheid.

  6. Het bevoegde gezag kan de vergunning bedoeld in artikel 3.2.6, tweede lid, intrekken indien:

    1. blijkt dat de vergunning is verleend ten gevolge van een onjuiste of onvolledige op gave;

    2. indien door gebruikmaking van de vergunning de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast.

  7. Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden op of aan de op grond van het tweede lid door het college aangewezen wegen of gebieden, dan wel deze te verontreinigen.

  8. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.