-
Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te werpen, uit te storten of te laten lopen.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 427, aanhef en onder 4e, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.
Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Orde en veiligheid op de weg
Afdeling Betaald-voetbalwedstrijden
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Toezicht op openbare inrichtingen
- Artikel 2.3.1.1
- Artikel 2.3.1.2
- Artikel 2.3.1.3
- Artikel 2.3.1.4
- Artikel 2.3.1.5
- Artikel 2.3.1.6
- Artikel 2.3.1.7
- Artikel 2.3.1.8
- Artikel 2.3.1.8a
- Artikel 2.3.1.9
- Artikel 2.3.1.10
- Artikel 2.3.1.11
- Artikel 2.3.1.12
- Artikel 2.3.1.13
- Artikel 2.3.1.14
- Artikel 2.3.1.15
- Artikel 2.3.1.15a
- Artikel 2.3.1.16
- Artikel 2.3.1.17
- Artikel 2.3.1.18
- Artikel 2.3.1.19
- Artikel 2.3.1.20
Paragraaf Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Paragraaf Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen
Paragraaf Tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, drugsoverlast, gevaar of schade
- Artikel 2.4.1
- Artikel 2.4.1a
- Artikel 2.4.2
- Artikel 2.4.3
- Artikel 2.4.4
- Artikel 2.4.5
- Artikel 2.4.6
- Artikel 2.4.7
- Artikel 2.4.7a
- Artikel 2.4.8
- Artikel 2.4.9
- Artikel 2.4.10
- Artikel 2.4.10a
- Artikel 2.4.11
- Artikel 2.4.11a
- Artikel 2.4.12.a
- Artikel 2.4.12.b
- Artikel 2.4.13
- Artikel 2.4.14
- Artikel 2.4.15
- Artikel 2.4.16
- Artikel 2.4.17
- Artikel 2.4.18
- Artikel 2.4.19
- Artikel 2.4.20
- Artikel 2.4.21
- Artikel 2.4.22
- Artikel 2.4.23
- Artikel 2.4.24
- Artikel 2.4.25
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Bestuurlijke ophouding
Afdeling Preventief fouilleren
Afdeling Cameratoezicht
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijke aanzien van de gemeente
Afdeling Geluidhinder
Afdeling Afvalstoffen
Afdeling Bepalingen over de riolering
Afdeling Bodem, weg en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Bescherming van flora en fauna
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Schoonmaakactiviteiten door middel van stralen of reinigen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten
Afdeling Openbaar water
Afdeling Woonschepen
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Verbod vuur te stoken
Afdeling Verstrooiing van as
Afdeling Evenementen
Afdeling Openluchtrecreatie
Afdeling Meldingsplicht kamergewijze verhuur
Afdeling Verboden reclame
Hoofdstuk Straf, overgangs- en slotbepalingen
Paragraaf
Artikel 2.1.6.2
Winkelwagentjes
-
De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is verplicht deze te voorzien van de naam van het bedrijf of van een ander herkenningsteken en de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op of langs de weg achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen.
-
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2.1.6.4
Openen straatkolken e.d.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2.1.6.5
Kelderingangen, koekoeken e.d.
-
Kelderingangen, koekoeken, indiepingen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 427, aanhef en onder 1e of 3e, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Artikel 2.1.6.6
Rookverbod in bossen en natuurgebieden
-
Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de door het college aangewezen periode.
-
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
-
Het in het eerste en in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover het bepaalde in artikel 429, aanhef en onder 3e, van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
-
Het in het eerste lid gstelde verbod geldt voorts niet voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin ingerichte, erven.
Artikel 2.1.6.7a
Gevaarlijke voorwerpen
-
Het is verboden op door het college aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens behorende tot de categorieën I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie en voor zover door het bij zich dragen van deze voorwerpen de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen.
Artikel 2.1.6.8
Vallende voorwerpen
Het is verboden aan een weg of aan enig deel van een bouwwerk een voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen op de weg.
Artikel 2.1.6.9
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbare verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2.1.6.10
Verwijdering e.d. voorzieningen voor verlichting
-
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een voorziening ten behoeve van de openbare verlichting te verwijderen, te wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te belemmeren.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Artikel 2.1.6.11
Objecten onder hoogspanningslijn
-
Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.
-
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.
Artikel 2.1.6.12
Veiligheid op het ijs
-
Het is verboden:
voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;
bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten, te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
-
Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van politie onmiddellijk het ijs te verlaten ter voorkoming van gevaar voor personen of goederen.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht of het de provinciale omgevingsverordening van toepassing is.
Artikel 2.1.6.13
Opsporen van munitie, wapens of munten met een metaaldetector
-
Het is verboden op of aan de weg een metaaldetector of enig ander voorwerp, bestemd voor het opsporen van wapens en munitie of munten en dergelijke, te gebruiken.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.