In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. camping of vakantiepark: (kampeer-)terrein voor meer dan 25 recreatieverblijfplaatsen dat planologisch bestemd is voor verblijfsrecreatie;

  2. exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon voor wiens risico en rekening een camping of vakantiepark wordt geëxploiteerd;

  3. beheerder: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent op de camping of het vakantiepark;

  4. recreatieverblijfplaats: kampeerplaats, kampeervak, kampeerunit, (sta-)caravan, chalet of vergelijkbare accommodatie bestemd voor verblijfsrecreatie;

  5. verblijfsrecreatie: recreatief nachtverblijf waarbij de gebruikers van de recreatieverblijfplaats hun hoofdverblijf elders hebben.