-
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, of een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of een fiets een wedstrijd dan wel een trainings of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig, een bromfiets of een fiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
-
Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
in het belang van de bescherming van het uiterlijke aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of van het publiek.
-
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Orde en veiligheid op de weg
Afdeling Betaald-voetbalwedstrijden
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Toezicht op openbare inrichtingen
- Artikel 2.3.1.1
- Artikel 2.3.1.2
- Artikel 2.3.1.3
- Artikel 2.3.1.4
- Artikel 2.3.1.5
- Artikel 2.3.1.6
- Artikel 2.3.1.7
- Artikel 2.3.1.8
- Artikel 2.3.1.8a
- Artikel 2.3.1.9
- Artikel 2.3.1.10
- Artikel 2.3.1.11
- Artikel 2.3.1.12
- Artikel 2.3.1.13
- Artikel 2.3.1.14
- Artikel 2.3.1.15
- Artikel 2.3.1.15a
- Artikel 2.3.1.16
- Artikel 2.3.1.17
- Artikel 2.3.1.18
- Artikel 2.3.1.19
- Artikel 2.3.1.20
Paragraaf Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Paragraaf Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen
Paragraaf Tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, drugsoverlast, gevaar of schade
- Artikel 2.4.1
- Artikel 2.4.1a
- Artikel 2.4.2
- Artikel 2.4.3
- Artikel 2.4.4
- Artikel 2.4.5
- Artikel 2.4.6
- Artikel 2.4.7
- Artikel 2.4.7a
- Artikel 2.4.8
- Artikel 2.4.9
- Artikel 2.4.10
- Artikel 2.4.10a
- Artikel 2.4.11
- Artikel 2.4.11a
- Artikel 2.4.12.a
- Artikel 2.4.12.b
- Artikel 2.4.13
- Artikel 2.4.14
- Artikel 2.4.15
- Artikel 2.4.16
- Artikel 2.4.17
- Artikel 2.4.18
- Artikel 2.4.19
- Artikel 2.4.20
- Artikel 2.4.21
- Artikel 2.4.22
- Artikel 2.4.23
- Artikel 2.4.24
- Artikel 2.4.25
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Bestuurlijke ophouding
Afdeling Preventief fouilleren
Afdeling Cameratoezicht
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijke aanzien van de gemeente
Afdeling Geluidhinder
Afdeling Afvalstoffen
Afdeling Bepalingen over de riolering
Afdeling Bodem, weg en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Bescherming van flora en fauna
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Schoonmaakactiviteiten door middel van stralen of reinigen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten
Afdeling Openbaar water
Afdeling Woonschepen
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Verbod vuur te stoken
Afdeling Verstrooiing van as
Afdeling Evenementen
Afdeling Openluchtrecreatie
Afdeling Meldingsplicht kamergewijze verhuur
Afdeling Verboden reclame
Hoofdstuk Straf, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 5.4.2
Beperking verkeer in natuurgebieden
-
Het college kan voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen aanwijzen ten aanzien waarvan zij verklaren, dat het rijden met een motorvoertuig, een bromfiets of een fiets als bedoeld in artikel 4 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een paard aldaar overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden.
-
Het is verboden op krachtens het eerste lid aangewezen plaatsen:
zich met een motorvoertuig, een bromfiets of een fiets als bedoeld in het vorige lid of met een paard te bevinden, dan wel;
zich met een motorvoertuig, een bromfiets of een fiets als bedoeld in het vorige lid of met een paard te bevinden buiten de in die aanwijzing aangeduide en als zodanig gemarkeerde paden; dan wel;
zich met een motorvoertuig, met een bromfiets, met een fiets of met een paard te bevinden op een in die aanwijzing aangeduid tijdstip.
-
Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsen of fietsen en voor berijders van paarden:
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 58 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aangewezen hulpverleningsdiensten;
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de door het collegeaangewezen plaatsen;
die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van percelen gelegen binnen de door het college aangewezen plaatsen;
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
-
Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet:
op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
op wegen gelegen binnen de krachtens de provinciale 'Verordening verkeersbeperking ter bescherming van de natuur' aangewezen natuurgebieden;
binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.