1. Een aanvraag voor een evenementenvergunning wordt minimaal voor de onderstaande termijn ingediend bij de burgemeester:

    A-evenement vier weken voor aanvang van het evenement;

    B-evenement acht weken voor aanvang van hte evenement;

    C-evenement twaalf weken voor aanvang van het evenement.

    In bijzondere gevallen kan de burgemeester ten gunste van de aanvrager van deze bepaling afwijken.

  2. Een evenementenvergunning wordt verleend aan een organisator en bevat een beschrijving van het gebied waarbinnen het evenement plaatsvindt (evenemententerrein), het tijdstip en de duur van het evenement, alsmede een beschrijving van de activiteiten en handelingen die in het kader van het evenement mogen plaatsvinden.

  3. Activiteiten, die deel uitmaken van een evenementenvergunning, zijn niet afzonderlijk vergunningsplichtig uit hoofde van andere gemeentelijke publiekrechtelijke regelingen.

  4. Op het evenemententerrein mogen geen activiteiten plaatsvinden die op grond van deze of een andere gemeentelijke verordening vergunningsplichtig zijn, tenzij die activiteiten zijn vermeld in de evenementenvergunning.

  5. Tenzij de burgemeester anders bepaalt geldt het verbod in het vierde lid niet voor activiteiten waarvan aannemelijk is dat zij krachtens een voor onbepaalde tijd, dan wel voor een periode langer dan drie maanden verleende vergunning ook op het evenemententerrein zouden plaatsvinden als daar geen evenement zou worden gehouden.

  6. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  7. Een beslissing op een aanvraag voor een evenement wordt opgeschort, indien de milieuwetgeving eisen stelt aan het betreffende evenement en zolang de organisator niet heeft voldaan aan die eisen.

  8. De burgemeester kan een vergunning weigeren, indien:

    1. er, gelet op de aard van het evenement, onevenredig veel beslag wordt gelegd op de openbare ruimte, gemeentelijke diensten of hulpdiensten;

    2. het aantal bezoekers dat wordt verwacht onevenredig veel beslag legt op de ruimte, gemeentelijke diensten of hulpdiensten;

    3. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie;

    4. er gevaar bestaat voor de openbare orde, zedelijkheid, gezondheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden;

    5. er gevaar bestaat voor ernstige verkeersbelemmeringen;

    6. er gevaar bestaat voor een onaanvaardbare belasting voor de omgeving als gevolg van het evenement;

    7. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement;

    8. de organisator onvoldoende waarborgen biedt om schade aan het milieu te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken;

    9. er gevaar bestaat voor verontreiniging;

    10. er gevaar bestaat voor de beschadiging van gemeentelijke dan wel particuliere eigendommen;

    11. de organisator niet aantoont dat hij voldoet aan de eisen van de milieuwetgeving, indien van toepassing;

    12. er één of meer aanvragen voor samenlopende concurrerende evenementen zijn ingediend;

    13. de weigering in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt is;

    14. onvoldoende aannemelijk is dat voldaan wordt aan de eisen die het college in nadere regels stelt aan het geluidsniveau van het programma tijdens het evenement indien het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtredingvan de Omgevingswet, niet van toepassing is.

  9. De burgemeester kan ter verzekering van de nakoming van de voorschriften in de vergunning bepalen dat een waarborgsom moet worden voldaan voordat het evenement wordt gehouden.

  10. De burgemeester is bevoegd tot het vaststellen van de evenementenkalender.

  11. De burgemeester kan ter regulering van het evenement aan de vergunning voorschriften verbinden die betrekking hebben op het geluidsniveau van het programma tijdens het evenement, voor zover het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtredingvan de Omgevingswet, niet van toepassing is. Hiervoor stelt het college nadere regels vast.

  12. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.