1. De burgemeester beslist binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.

  2. De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. De aanvrager wordt voor afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld van het besluit tot verdaging.

  3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid houdt de burgemeester de beslissing op de aanvraag aan indien met betrekking tot het oprichten van de openbare inrichting of het verbouwen van een gebouw tot openbare inrichting een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of voor het gebruik van de gronden is vereist en over deze vergunning nog niet is beslist.

  4. De in het derde lid bedoelde aanhouding eindigt zes weken nadat is beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning.