-
Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan.
-
In de aanvraag om vergunning en de vergunning wordt in ieder geval vermeld:
door welke persoon de seksinrichting of het escortbedrijf zal worden geëxploiteerd;
door welke perso(o)n(en) de seksinrichting of escortbedrijf zal worden beheerd;
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;
het aantal werkplekken in de seksinrichting;
het aantal werkzame prostituees;
de plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting door middel van een situatietekening met een schaal van ten minste 1:100;
de plattegrond van de seksinrichting door middel van een tekening met een schaal van ten minste 1:100;
bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting of het escortbedrijf.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Orde en veiligheid op de weg
Afdeling Betaald-voetbalwedstrijden
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Toezicht op openbare inrichtingen
- Artikel 2.3.1.1
- Artikel 2.3.1.2
- Artikel 2.3.1.3
- Artikel 2.3.1.4
- Artikel 2.3.1.5
- Artikel 2.3.1.6
- Artikel 2.3.1.7
- Artikel 2.3.1.8
- Artikel 2.3.1.8a
- Artikel 2.3.1.9
- Artikel 2.3.1.10
- Artikel 2.3.1.11
- Artikel 2.3.1.12
- Artikel 2.3.1.13
- Artikel 2.3.1.14
- Artikel 2.3.1.15
- Artikel 2.3.1.15a
- Artikel 2.3.1.16
- Artikel 2.3.1.17
- Artikel 2.3.1.18
- Artikel 2.3.1.19
- Artikel 2.3.1.20
Paragraaf Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Paragraaf Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen
Paragraaf Tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, drugsoverlast, gevaar of schade
- Artikel 2.4.1
- Artikel 2.4.1a
- Artikel 2.4.2
- Artikel 2.4.3
- Artikel 2.4.4
- Artikel 2.4.5
- Artikel 2.4.6
- Artikel 2.4.7
- Artikel 2.4.7a
- Artikel 2.4.8
- Artikel 2.4.9
- Artikel 2.4.10
- Artikel 2.4.10a
- Artikel 2.4.11
- Artikel 2.4.11a
- Artikel 2.4.12.a
- Artikel 2.4.12.b
- Artikel 2.4.13
- Artikel 2.4.14
- Artikel 2.4.15
- Artikel 2.4.16
- Artikel 2.4.17
- Artikel 2.4.18
- Artikel 2.4.19
- Artikel 2.4.20
- Artikel 2.4.21
- Artikel 2.4.22
- Artikel 2.4.23
- Artikel 2.4.24
- Artikel 2.4.25
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Bestuurlijke ophouding
Afdeling Preventief fouilleren
Afdeling Cameratoezicht
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijke aanzien van de gemeente
Afdeling Geluidhinder
Afdeling Afvalstoffen
Afdeling Bepalingen over de riolering
Afdeling Bodem, weg en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Bescherming van flora en fauna
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Schoonmaakactiviteiten door middel van stralen of reinigen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten
Afdeling Openbaar water
Afdeling Woonschepen
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Verbod vuur te stoken
Afdeling Verstrooiing van as
Afdeling Evenementen
Afdeling Openluchtrecreatie
Afdeling Meldingsplicht kamergewijze verhuur
Afdeling Verboden reclame
Hoofdstuk Straf, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 3.2.2
Gedragseisen exploitant en beheerder
-
De exploitant en de beheerder:
staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;
zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.
-
Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant of de beheerder niet:
met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;
binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 179, 180, 197 a, 197b, 197c, 240b, 242 tot en met 249, 250a, 252, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 jº artikel 8 of jº artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen;
de artikelen 2 en 3 van de Wet particuliere beveiligingsodrganisaties en recherchebureaus;
artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
-
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;
en bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
-
De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
bij de weigering van een vergunning gerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;
bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
-
De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.
Artikel 3.2.3
Sluitingsuur
-
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:
op maandag tot en met donderdag tussen 01:00 en 09:00 uur;
op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 02:00 en 09:00 uur.
-
Het bevoegde bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1.3 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
-
Het is bezoekers van de seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4, eerste lid, gesloten dient te zijn.
-
Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Omgevingswet gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.
Artikel 3.2.4
Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting
-
Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegde bestuursorgaan:
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;
van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegde bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3.2.5
Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
-
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.
-
De exploitant en de beheerder zijn verplicht er voortdurend op toe te zien dat in de seksinrichting:
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie;
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; en
geen minderjarige prostituees aanwezig zijn.
Artikel 3.2.6
Straatprostitutie
-
Het is verboden zich op of aan de weg te presenteren als prostituee en/of als zodanig diensten aan te bieden, dan wel van deze diensten gebruik te maken of daartoe contact te leggen.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op of aan door het college aangewezen wegen of gebieden, gedurende door het college vastgestelde tijden mits degene die zich als prostituee presenteert en/of als zodanig diensten aanbiedt, beschikt over een vergunning van het daartoe bevoegd bestuursorgaan.
-
De vergunning wordt ten name van de prostituee gesteld.
-
De vergunning als bedoeld in het tweede lid wordt geweigerd indien:
de prostituee op de datum van aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; of
door vergunningverlening in strijd wordt gehandeld met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
-
De vergunning als bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leef- klimaat;
in het belang van de veiligheid van personen of goederen;
in het belang van de gezondheid of zedelijkheid.
-
Het bevoegde gezag kan de vergunning bedoeld in artikel 3.2.6, tweede lid, intrekken indien:
blijkt dat de vergunning is verleend ten gevolge van een onjuiste of onvolledige op gave;
indien door gebruikmaking van de vergunning de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast.
-
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden op of aan de op grond van het tweede lid door het college aangewezen wegen of gebieden, dan wel deze te verontreinigen.
-
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Artikel 3.2.6a
Bevel tot verwijdering
-
Met het oog op de naleving van het in artikel 3.2.6, eerste lid, gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
-
Met het oog op de in artikel 3.2.6, vijfde lid, genoemde belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en gebieden als bedoeld in artikel 3.2.6, tweede lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
-
De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.2.6, vijfde lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het eerste lid bij besluit verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan bij dit besluit aan te wijzen wegen of gebieden. De burgemeester beperkt het verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk is.
-
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het derde lid.
Artikel 3.2.7
Sekswinkels
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 3.2.8
Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
-
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:
indien het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
anders dan overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.