1. De burgemeester stelt voor het indienen van aanvragen voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 een formulier vast.

  2. Bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 worden overgelegd:

    1. een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    2. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de openbare inrichting;

    3. een kopie van een identiteitsbewijs van de exploitant en van elke beheerder.

  3. Per openbare inrichting kan niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling worden genomen.