Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Orde en veiligheid op de weg
Afdeling Betaald-voetbalwedstrijden
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, drugsoverlast, gevaar of schade
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Bestuurlijke ophouding
Afdeling Preventief fouilleren
Afdeling Cameratoezicht
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijke aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Woonschepen

Artikel 5.3a.1

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. ligplaats: een gedeelte van het openbare water, bestemd of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen;

  2. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals bijboten, steigers en loopplanken;

  3. woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd of bestemd is voor bewoning.

Artikel 5.3a.2

Aanwijzing ligplaatsen

  1. Het college wijst gedeelten van het openbare water aan bestemd voor het innemen van een ligplaats met een woonschip.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover dit strijdig is met het bepaalde in het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Rijnvaartpolitiereglement 1995 of het Provinciaal reglement Gelderland.

Artikel 5.3a.3

Verboden ligplaatsen

  1. Het is verboden met een woonschip een permanente ligplaats in te nemen of te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen buiten de op grond van artikel 5.3a.2 aangewezen gedeelten van het openbare water.

  2. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op woonschepen die in aanbouw of in reparatie zijn, zolang zij zich op of aan een scheepswerf, dan wel in of bij een reparatie-inrichting bevinden.

  3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer zoals de wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet of het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 5.3a.4

Ligplaatsvergunning

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een ligplaats in te nemen of te hebben op de op grond van artikel 5.3a.2 aangewezen plaatsen.

  2. De in het eerste lid bedoelde ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip.

  3. Het college kanten aanzien van de bijbehorende voorzieningen nadere regels stellen.

  4. Een ligplaatsvergunning kan worden geweigerd indien:

    1. voor de ligplaats reeds vergunning is verleend;

    2. het woonschip belemmeringen veroorzaakt aan het verkeer te water of te land;

    3. het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;

    4. het woonschip niet voldoet aan eisen van veiligheid;

    5. het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 26 weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de vergunning is aangevraagd, kan innemen.

Artikel 5.3a.5

Overdragen ligplaatsvergunning

Op aanvraag van de vergunninghouder en van de rechtverkrijgende schrijft het college de ligplaatsvergunning over op de naam van de rechtverkrijgende van het woonschip.

Artikel 5.3a.6

Intrekking ligplaatsvergunning

Het college kan de ligplaatsvergunning, naast de in artikel 1.5 genoemde gronden, intrekken, indien:

  1. het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder toestemming van het college gedurende een periode langer dan 12 aaneengesloten maanden buiten de gemeente verblijft;

  2. het uiterlijk van het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;

  3. het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid.

Artikel 5.3a.7

Aanwijzingen

  1. Bij het innemen van de ligplaats en bij het uitvoeren van werkzaamheden aan of nabij de ligplaats worden de door het college gegeven aanwijzingen in acht genomen.

  2. De vergunninghouder is verplicht gevolg te geven aan de door het collegegegeven bevelen en aanwijzingen in het belang van de openbare orde, de vrijheid of veiligheid van het verkeer, de volksgezondheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.

Artikel 5.3a.8

Aansluiting aan drinkwaterleiding

  1. De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip is aangesloten op het distributienet van de openbare waterleiding.

  2. De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet, indien het schip is voorzien van een of meer drinkwatertanks waarvan de gezamenlijke inhoud minimaal 250 liter bedraagt.

Artikel 5.3a.9

Overgangsrecht

  1. De weigeringsgronden als bedoeld in artikel 5.3a.4, vierde lid zijn niet van toepassing op woonschepen, die ten tijde van het nemen van het in artikel 5.3a.2, eerste lid bedoelde aanwijzingsbesluit ligplaats innemen in het bij dat besluit aangewezen gedeelte van het openbare water.

  2. Het college neemt met betrekking tot de in het eerste lid van dit artikel genoemde situatie en besluit inhoudende vaststelling van de bestaande situatie.

  3. Voor die woonschepen waarvoor het college een besluit neemt als bedoeld in het tweede lid, onder A van dit artikel, wordt voor die betreffende situatie een vergunning verleend.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem