1. De openbare inrichting moet voldoen aan de inrichtingseisen, zoals deze bij of op grond van de Alcoholwet en het Besluit bouwwerken leefomgeving worden gesteld.

  2. Het in het eerste lid gestelde gebod is niet van toepassing op openbare inrichtingen voor de exploitatie waarvan tevens een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is vereist en op openbare inrichtingen die als afhaalcentrum worden aangemerkt.

  3. In bijzondere gevallen kan de burgemeester voor wat betreft openbare inrichtingen die niet vergunningplichtig zijn op grond van de Alcoholwet vrijstelling verlenen van een of meerdere inrichtingseisen zoals bedoeld in het eerste lid.