1. Overtreding van een artikel uit deze verordening waarin een gebod of verbod is opgenomen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  2. Overtreding van een artikel uit een krachtens deze verordening door het college vastgestelde nadere regel, waarin een gebod of verbod is opgenomen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  3. De vorige leden zijn niet van toepassing op:

    1. de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 5 (Bestrijding heling), met uitzondering van artikel 2.5.5;

    2. de bepalingen van hoofdstuk 4, afdeling 2 (Afvalstoffen), met uitzondering van de artikelen 4.2.3.1 tot en met 4.2.3.3;

    3. de artikelen 2.1.5.2 eerste lid onder a, 2.1.5.3, 2.4.19, 4.5.2, 4.5.6 en 4.7.2.

  4. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.2.2.2, 4.2.2.4, 4.2.2.6, 4.2.2.7, 4.2.2.8 en 4.2.4.2a wordt aangemerkt als een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, aanhef en onder 3°, van de Wet op de Economische Delicten.