1. De burgemeester kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden.

  2. De in het eerste lid bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen in ieder geval betrekking hebben op:

    1. de openings- en sluitingstijden van de openbare inrichting;

    2. de verkoop van dranken en eetwaren via een loket of automaat vanuit of van buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting;

    3. de wijze waarop handelsreclame mag worden gevoerd;

    4. afvalpreventie en afvalverwijdering.

  3. De burgemeester kan te allen tijde de aan een vergunning verbonden voorschriften en beperkingen wijzigen of nieuwe voorschriften en beperkingen aan de vergunning verbinden.

  4. Het is verboden te handelen in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen.