1. Het is de houder van een openbare inrichting toegestaan maximaal één incidentele festiviteit in zijn openbare inrichting per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits het voornemen hiertoe één week van tevoren schriftelijk aan de burgemeester wordt gemeld.

  2. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.