1. Het bevoegde gezag trekt de vergunning in, indien:

    1. blijkt dat de vergunning is verleend ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave;

    2. door de wijze van exploitatie de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;

    3. de exploitant of beheerder bij rechterlijke uitspraak is veroordeeld voor een strafbaar feit als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (vrijheidsberoving), XIX (moord en doodslag), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet of in de Wet Wapens en munitie;

    4. de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.

  2. Het bevoegde gezag kan de vergunning intrekken indien:

    1. naar zijn oordeel de omstandigheden op grond waarvan de vergunning is afgegeven, zodanig zijn gewijzigd dan wel de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf op een zodanige wijze plaatsvindt, dat het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. er gehandeld wordt in strijd met artikel 3.2.5, eerste of tweede lid;

    4. er sprake is van een gewijzigde exploitatie waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.