-
Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van werkzaamheden, het bouwen, in stand houden of slopen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn en het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten, op perrons en stations in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg, anders dan activiteiten als bedoeld in artikel 9.30.
-
Het eerste lid geldt niet voor activiteiten die worden verricht door of namens de spoorwegbeheerder in het kader van het aanleggen, het wijzigen of het beheren van een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg of de regeling van het verkeer over die spoorweg.
Besluit activiteiten leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 9.2.3
Artikel 9.38
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 9.37, voor zover het gaat om:
het bouwen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen en veranderen van werken die geen bouwwerken zijn en het plaatsen van andere objecten, waarbij de opzet van het perron of station wezenlijk verandert; en
het verrichten van werkzaamheden waarbij de opzet van het perron of station wezenlijk verandert.
Artikel 9.39
-
Het is verboden een activiteit als bedoeld in artikel 9.37 te verrichten zonder dit ten minste vier weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.
-
Een melding bevat een situatietekening met een schaal van ten minste 1:1.000, waarop de activiteit is aangegeven.
-
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
-
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 9.38.
Artikel 9.40
-
Ten minste vier weken en ten hoogste acht weken voor het begin van de activiteit worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 9.1:
de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit; en
de verwachte duur ervan.
-
Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 9.38.
Artikel 9.41
-
Met het oog op het veilig en doelmatig gebruik van een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg wordt geen grondwater onttrokken.
-
Graafwerkzaamheden hebben een diepte van niet meer dan 1,20 m.
Artikel 9.42
Met het oog op het veilig en doelmatig gebruik van een hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg wordt bij het verrichten van werkzaamheden een afstand aangehouden van 5 m tot de buitenkant van spanningvoerende delen.