Besluit activiteiten leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 3.2.8

Opslagtank voor vloeistoffen en tankcontainer of verpakking die wordt gebruikt als opslagtank voor vloeistoffen

Artikel 3.24

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het opslaan in een opslagtank met een inhoud van meer dan 250 l of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt en een inhoud heeft van meer dan 250 l, van:

  1. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3;

  2. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 4.2;

  3. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 4.3;

  4. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 5.1;

  5. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 5.2;

  6. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1;

  7. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 8;

  8. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 9 die het aquatisch milieu verontreinigen;

  9. vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;

  10. oliën of vetten; of

  11. pekel.

Artikel 3.25

  1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.24, voor zover het gaat om het opslaan:

    1. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3;

    2. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 4.2;

    3. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 4.3;

    4. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 5.2;

    5. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1;

    6. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 8, verpakkingsgroep I;

    7. van vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening; of

    8. in een opslagtank met een inhoud van meer dan 150 m3 of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt en een inhoud heeft van meer dan 150 m3.

  2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet voor:

    1. het opslaan in een ondergrondse opslagtank;

    2. het opslaan van gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 °C of hoger; of

    3. het opslaan in een opslagtank die:

      1. een inhoud heeft van 300 l of minder; en

      2. niet vanuit een tankwagen wordt gevuld.

  3. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder e tot en met h.

Artikel 3.26

  1. Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.24, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:

    1. het opslaan van brandbare vloeistoffen anders dan diesel in bovengrondse opslagtanks, bedoeld in paragraaf 4.93, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.25, eerste lid, onder h;

    2. het opslaan van diesel, oxiderende, bijtende of aquatoxische vloeistoffen of oliën, vetten of pekel in bovengrondse opslagtanks, bedoeld in paragraaf 4.94, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.25, eerste lid, onder h;

    3. het opslaan van diesel, oxiderende, bijtende of aquatoxische vloeistoffen of oliën, vetten of pekel in een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt, bedoeld in paragraaf 4.95, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.25, eerste lid, onder h;

    4. het opslaan van brandbare vloeistoffen anders dan diesel in ondergrondse opslagtanks, bedoeld in paragraaf 4.96, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.25, eerste lid, onder h; en

    5. het opslaan van diesel, oxiderende, bijtende of aquatoxische vloeistoffen of oliën, vetten of pekel in ondergrondse opslagtanks, bedoeld in paragraaf 4.97, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.25, eerste lid, onder h.

  2. Ook wordt voldaan aan de regels over zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.25, eerste of derde lid.

  3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met e, is niet van toepassing op het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening.

← terug naar Besluit activiteiten leefomgeving