-
Deze paragraaf is van toepassing op de volgende beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk:
het ontgraven of verplaatsen van grond of baggerspecie in de Noordzee; en
het toepassen van grond of baggerspecie in de Noordzee.
-
Deze paragraaf is ook van toepassing op ontgrondingsactiviteiten die bestaan uit het ontgronden in de Noordzee.
-
Het eerste lid geldt niet voor het onderhouden of herstellen van een waterstaatswerk door of namens de waterbeheerder.
-
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
baggerspecie: baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit; en
grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.
Besluit activiteiten leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 7.2.2
Artikel 7.27
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten, geldt niet voor de activiteit, bedoeld in artikel 7.26, tweede lid, die wordt verricht in de Noordzee, voor zover het gaat om:
het ontgronden voor het bouwen, onderhouden of slopen van bouwwerken en het aanleggen, onderhouden, veranderen en verwijderen van wegen of waterstaatswerken anders dan watergangen en vaargeulen;
het aanleggen, onderhouden, veranderen of verwijderen van watergangen en vaargeulen door of namens de waterbeheerder;
het ontgronden voor het plaatsen, onderhouden, wijzigen of verwijderen van buizen, kabels, palen of daarmee vergelijkbare werken;
het doen van een opgraving als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
het graven van slikgruppen om aanwas te bevorderen; of
het ontgronden voor het testen van materieel of het verrichten van onderzoek naar winbare hoeveelheden van andere vaste stoffen dan schelpen, als:
- 1°
zeewaarts van de doorgaande NAP-min 20 meterdieptelijn die is aangewezen bij ministeriële regeling wordt ontgrond;
- 2°
wordt ontgrond op een afstand van ten minste 500 m van een oefen- en schietgebied dat is aangewezen bij ministeriële regeling, buisleidingen, kabels, oevers, andere vaste werken of objecten of bekende of te verwachten archeologische monumenten;
- 3°
niet meer dan tien reizen worden verricht; en
- 4°
de hoeveelheid vaste stoffen die wordt ontgrond niet meer is dan 40.000 m3.
- 1°
Artikel 7.28
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 7.26, eerste lid, die worden verricht in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn, voor zover het gaat om:
het aanleggen of in stand houden van een bodemophoging of landaanwinning; en
het aanleggen van een suppletie of het verrichten van een andere handeling die een landwaartse verplaatsing van de kustlijn tot gevolg kan hebben.
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk te verrichten, geldt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 7.26, eerste lid, die worden verricht in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, voor zover het gaat om:
het aanleggen of in stand houden van een zandbanket op het strand dat hoger is dan 6 m boven NAP of, kustdwars, breder is dan 25 m, gemeten boven op het banket vanaf het duinfront;
het verplaatsen van meer dan 20 m3 per strekkende meter zand op het strand, anders dan bedoeld onder a; en
het gecombineerd binnen een kalenderjaar verrichten van de activiteiten, bedoeld onder a en b, die elk voor zich onder de in die onderdelen genoemde maatvoering blijven.
Artikel 7.29
-
Het is verboden een activiteit als bedoeld in artikel 7.26, eerste lid, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
-
Een melding bevat:
de maximale oppervlakte en het maximale volume van de activiteit; en
een situatietekening op een schaal van ten minste 1:10.000, waarop de activiteit is aangegeven.
-
Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
-
Dit artikel is niet van toepassing:
als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 7.28; en
op het ontgraven, verplaatsen of toepassen van ten hoogste 5 m3 grond of baggerspecie.
Artikel 7.30
-
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 7.26, eerste lid, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 7.3, gegevens en bescheiden verstrekt over:
de verwachte datum van het begin van de activiteit; en
de verwachte duur ervan.
-
Dit artikel is niet van toepassing:
als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 7.28; en
op het ontgraven, verplaatsen of toepassen van ten hoogste 5 m3 grond of baggerspecie.
Artikel 7.31
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 7.27, eerste lid, onder f, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 7.3, ook gegevens en bescheiden verstrekt over:
de naam, het type en registratiegegevens van de vaartuigen of drijvende werktuigen die worden gebruikt;
een kaart op een schaal van ten minste 1:5.000, met daarop de locatie van de ontgronding, de locaties van buisleidingen, kabels, oevers, vaste werken of bekende of te verwachten archeologische monumenten en de coördinaten ervan;
gegevens waaruit is afgeleid dat er binnen 500 m rond de ontgronding geen bekende of te verwachten archeologische monumenten zijn;
de manier van ontgronden, de maximale oppervlakte en maximale diepte van de ontgronding; en
de verwachte hoeveelheid en het soort stoffen die met de ontgronding zullen worden gewonnen en de bestemming van die stoffen.
Artikel 7.32
Als bij het verrichten van de activiteit waarnemingen worden gedaan waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat die van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, wordt Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap daarover zo spoedig mogelijk geïnformeerd.